Zijne Majesteit de Koning en Hare Majesteit Koningin Máxima brengen donderdag 31 augustus een streekbezoek aan de Gelderse Vallei in de provincie Gelderland. Het Koninklijk Paar bezoekt de
gemeenten Nijkerk, Barneveld, Scherpenzeel, Ede en Wageningen. Rode draad in het bezoek zijn de transformaties die de streek ondergaat. De Gelderse Vallei, bestaande uit veen- en zandgronden, is uitgegroeid tot een Foodvalley met kennis en expertise van de voedselvoorziening. De vijf gemeenten onderzoeken ook hoe zij het industrieel en natuurhistorisch erfgoed in de streek kunnen behouden door het nieuwe bestemmingen en functies te geven. Daarnaast zorgt het vrijwilligersleven en de sport in de regio voor versterking van sociale verbindingen. Tijdens het
streekbezoek komen deze thema’s aan bod.
Gemeente Nijkerk – Het Appelpad
Het streekbezoek start bij het Appelpad. Dit klompenpad ligt in het buitengebied van Nijkerk. Paden die vaak al eeuwenlang bestaan maar hun oorspronkelijke functie verloren hebben, krijgen een nieuwe bestemming als wandelroute voor natuurliefhebbers. Het Koninklijk Paar spreekt tijdens een wandeling door dit historische cultuurlandschap met vrijwilligers die het pad onderhouden, met een agrarisch ondernemer over het grondgebruik en met de landgoedeigenaar over het beheer van het gebied.
Gemeente Barneveld – Poultry Expertise Centre
In Barneveld brengt het Koninklijk Paar vervolgens een bezoek aan het Poultry Expertise Centre (PEC). Dit centrum is een samenwerkingsverband van bedrijven, overheid en kennisinstellingen die betrokken zijn bij de pluimveesector. Het PEC bevindt zich op het terrein van Aeres MBO Barneveld. De MBO-studenten leren bij PEC over dierverzorging. Studenten van Universiteit Wageningen verrichten onderzoek naar onder meer de eiwitverrijking van het pluimveevoer door middel van gekweekte insecten. Koning Willem-Alexander en Koningin Máxima krijgen een korte rondleiding en gaan daarna in gesprek met betrokkenen bij het PEC en met boeren en ondernemers uit de omgeving over de verduurzaming en ontwikkeling van de pluimveesector, de positie van de sector in de regio en de waarde van kennis en onderzoek.














