Met verbazing heb ik, samen met andere hondenbezitters, een bezoek gebracht aan het nieuwe losloopgebied in het Hoevelakense bos. Helaas kwamen we al snel tot dezelfde conclusie: dit is geen losloopgebied zoals honden en hun baasjes dat voor ogen hebben en daardoor gaat het niet werken. Dat het terrein is omheind, is een pluspunt. Maar daar houdt het wat ons betreft ook op. Een belangrijk argument voor de aanleg van dit gebied was dat hondenpoep en urine schadelijk zouden zijn voor de natuur. Toch moeten bezoekers, ongeacht of zij vanuit Vathorst, Nijkerk Nijkerkerveen of Hoevelaken komen, eerst een groot deel van het bos doorkruisen voordat zij het losloopgebied bereiken. De verwachting dat een hond pas daar zal plassen of poepen, is niet realistisch.

Bovendien zou een groot deel van de huidige “overlast” eenvoudig kunnen worden verminderd door verspreid door het bos voldoende afvalbakken te plaatsen. Veel hondenbezitters ruimen de uitwerpselen van hun hond netjes op, mits zij die ook ergens kwijt kunnen. In het hele nieuwe losloopgebied gebied staat één afvalbak en dat  is simpelweg ook onvoldoende. Daarnaast roept de inrichting vragen op. Fraaie wandelpaden en nieuwe beplanting passen misschien uitstekend in een familiepark, maar niet in een losloopgebied waar honden juist moeten kunnen rennen, spelen, achter ballen aanrennen  en hun energie kwijt kunnen. Waar moeten zij dat doen? Op de smalle paden? Het is bovendien voorspelbaar dat de nieuwe aanplant het intensieve gebruik door spelende honden niet lang zal overleven.

Het wrange is dat er een veel eenvoudigere oplossing voorhanden lijkt als men loslopende honden tóch wil weren uit het bos. Naast het huidige terrein liggen grote weilanden die, met een degelijke omheining, uitstekend geschikt zouden zijn als alternatief ruim losloopgebied. Honden zouden daar de vrijheid en ruimte krijgen waarvoor een losloopgebied bedoeld is, tegen waarschijnlijk lagere kosten en met minder frustratie voor alle betrokkenen. Veel hondenbezitters voelen zich niet gehoord. Tijdens het traject zijn verschillende praktische alternatieven aangedragen (zoals bijvoorbeeld tijden wanneer een hond los mag lopen), maar daar lijkt niets mee te zijn gedaan. Daardoor ontstaat het gevoel dat dit plan is bedacht zonder voldoende kennis van wat een hond nodig heeft, het gedrag van honden en de dagelijkse praktijk van hun eigenaren.

Iedereen wil een schoon en prettig bos, óók hondenbezitters. Maar daarvoor is wel een oplossing nodig die werkt in de praktijk. Dit plan dreigt vooral een kostbare investering te worden die zijn doel voorbijschiet. Hopelijk is de gemeente alsnog bereid om met gebruikers van het bos in gesprek te gaan en samen te zoeken naar een oplossing die recht doet aan zowel natuur als recreatie, óók met honden. Want uiteindelijk heeft niemand baat bij regels die in de praktijk niet uitvoerbaar blijken of worden genegeerd. Als er regels en afspraken komen om honden in het bos los te laten lopen zullen, daar ben ik zeker van, de meeste hondenbezitters er zich aan houden en dat verkiezen boven een terrein wat niet gaat werken.

N. Bakker