Tijdens de dodenherdenking op 4 mei op het dorpsplein in Nijkerkerveen heeft dominee Iwan de Graaf van de Eben-Haezerkerk een indringende en reflectieve toespraak gehouden. In zijn woorden stond niet alleen het herdenken van de slachtoffers centraal, maar ook de vraag wat deze herdenking vandaag van ons vraagt.
De Graaf verwees in zijn toespraak naar een bijzondere vondst in Nijkerk, ruim een jaar geleden: de resten van twee zogenoemde mikwes, Joodse rituele baden. Deze baden stonden symbool voor bezinning en een nieuw begin. “Misschien is dat niet zo ver verwijderd van wat wij hier vanavond doen,” stelde De Graaf. “Wij staan stil, wij herinneren, en wij noemen, in stilte of hardop de namen van hen die er niet meer zijn.”
Tijdens de herdenking werd stilgestaan bij alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van latere oorlogen en vredesmissies. De dominee benadrukte dat achter deze slachtoffers mensen schuilgaan met een eigen leven, geliefden en verhalen. In het bijzonder noemde hij de miljoenen Joodse slachtoffers van de Holocaust, wier lot volgens hem blijft confronteren met hoe diep een samenleving kan zinken wanneer haat en uitsluiting de overhand krijgen. Tegelijkertijd richtte De Graaf de blik op het heden. Hij benoemde dat ook vandaag de dag oorlog en geweld nog altijd deel uitmaken van de wereld. “Dat kan verwarrend zijn,” gaf hij aan. “Wat is recht? Wat is onrecht?” Hoewel niet alle antwoorden voorhanden zijn, ligt volgens hem de kern in hoe mensen elkaar benaderen. “Het begint bij de bereidheid om de ander te zien als mens. Niet als vijand, maar als medemens.”
De vondst van de mikwes bracht volgens De Graaf ook een lokaal besef met zich mee: dat er ooit een bloeiende Joodse gemeenschap in de regio heeft geleefd, met eigen tradities en rituelen. “Een wereld die grotendeels is verdwenen,” zei hij. “Herinneren is ook erkennen wat verloren is gegaan.” In het slot van zijn toespraak riep De Graaf op tot verantwoordelijkheid in het heden. Hij benadrukte dat herdenken niet alleen terugkijken is, maar ook vooruitzien. “Wij kunnen het verleden niet ongedaan maken, maar wij kunnen wel kiezen hoe wij verder gaan. Dat wij niet wegkijken, niet verharden en niet wennen aan onrecht.” Met een appel op menselijkheid en betrokkenheid sloot hij af: “Misschien is dat wat herdenken uiteindelijk van ons vraagt: dat wij, ieder op onze eigen plek, proberen het anders te doen. Met meer aandacht, meer zorg en meer menselijkheid. Niet alleen vandaag, maar ook morgen.” De toespraak maakte diepe indruk op de aanwezigen en vormde een betekenisvol moment binnen de herdenking in Nijkerkerveen.
Tekst en Foto’s: Aalt Guliker.

















