Wanneer er een nieuw liedboek verscheen, oefende organist Henk van Dunschoten (1931-2017) de liederen met de gemeente van de Eben-Haëzerkerk van Nijkerkerveen vóór de kerkdienst begon. Vond hij dat er tijdens de dienst niet goed werd gezongen, dan stopte hij met spelen en kwam achter zijn orgel vandaan. Hij was voor even de leider en voorzanger van de 250 gemeenteleden. Hij legde uit hoe de klemtonen lagen en hierna begonnen ze opnieuw. Mede door zijn ijver stond de gemeente bekend als goed zingend.
Dominees van buiten het dorp waren positief verrast over de vooruitstrevende kerkgemeente. Henk zag het als zijn roeping om het christelijk geloof over te brengen via zijn muzikale kwaliteiten. Hij deed dit vanuit zijn overtuiging levensvreugde en een boodschap overbrengen met muziek. Hij betitelde zichzelf als vrolijk orthodox.
Harmonium
Henk had het brein om door te leren, maar in het boerenmilieu waar hij opgroeide, ging je werken na de lagere school. Hij verdiepte zich in muziek en speelde bij zijn grootmoeder thuis op het harmonium. In de oorlog volgde hij lessen. Zijn ouders betaalden de muziekleraar met boter. In 1949 kreeg hij als 17-jarige een aanstelling als organist van de Nederlands Hervormde Kerk in Nijkerkerveen.
Hij begeleidde al snel trouw- en rouwdiensten. Later werd hij dirigent bij meerdere kerkkoren. Zijn grootste uitvoering was de Markus-Passion. Maar zijn muzikale hoogtepunt was een uitvoering met een dubbel koor. Co de Koning, directeur van Streekmuziekschool Noordwest-Veluwe, vroeg hem of hij wilde samenwerken. Henk vond het een grote eer, maar hij moest er wel over nadenken. Hij vond zich maar een eenvoudige boerenjongen en De Koning was een geschoolde muzikant.
Keuterboer
Die boerenjongen nam eind jaren zestig de boerderij van zijn ouders over aan de Schoolstraat in Nijkerkerveen. Als kleine keuterboer probeerde hij met zijn vrouw Willie, met wie hij 61 jaar was getrouwd, een jaar of tien de boerderij draaiende te houden. En toen kwamen ze voor de keus te staan: investeren of een baan zoeken. Henk koos voor dat tweede. De familieboerderij was niet rendabel genoeg om een gezin van zes kinderen te onderhouden.
Begin jaren 70 werkte hij in een magazijn met auto-onderdelen. De baan die hij daarna vond als magazijnchef bij het Amersfoortse Voerman groothandel in elektronische muziekinstrumenten, was hem meer op het lijf geschreven. Hoewel hij meer genoot van een orgel dan van elektronica.
Henk was veel avonden van huis. Het was voor hem vanzelfsprekend dat je je inzette voor kerk en samenleving. Hij was betrokken bij de oprichting van gymnastiekvereniging DOTO, was daar ook jarenlang voorzitter, zat in besturen van koren, en werkte mee aan de realisering van sporthal de Baggelaar. In 1980 zette hij zich ook in voor de bouw van de nieuwe Eben Haëzerkerk.
Familieweekeinde
Henk hield van volleybal, schaatsen en paarden mennen en hij was dol op zijn zeventien kleinkinderen. Zijn droom kwam uit toen hij tijdens een familieweekend een voetbalelftal kon vormen. Hij stond onder de lat, zijn tien kleinzonen stonden in het veld. Toen hij in 1999 vijftig jaar organist was, werd hij koninklijk onderscheiden voor al zijn verdiensten voor Nijkerkerveen. Maar ook daarbuiten wisten ze hem te vinden. Zochten ze in Voorthuizen, Harderwijk of Putten een organist of dirigent, ze klopten bij hem aan. De muziek leverde hem bijzondere vriendschappen op onder anderen met twee jongere mannen uit zijn kerkgemeente: Bas van de Pol en Hugo Doornhof.
De trompettisten kwamen vanaf jongs af aan bij hem thuis. Ze oefenden muziekuitvoeringen voor tijdens speciale kerkdiensten. Henk kon streng zijn tijdens het repeteren. Het moest zo secuur mogelijk, maar ze leerden van elkaar. Toen hij eind zestig was, werd Henk gediagnosticeerd met de ziekte van Parkinson. Hij verkeerde in uitstekende conditie en de ziekte openbaarde zich langzaam. Toch moest hij iedere keer een stapje terug doen.
Regie
Uiteindelijk moest hij, tot zijn grote verdriet, het orgelspelen opgeven. Desondanks hield hij tot het laatste moment de muzikale regie in handen. Zijn dankdienst voor het leven zat vol met eigen gekozen muziek en liederen. Zijn vrienden Bas en Hugo lieten speciaal voor hem nog één keer hun trompetten horen op de begraafplaats.
Bron Amersfoortse Courant, Sjaak van de Groep
















