Dit jaar is het 40 jaar geleden dat de Hulpdienst Hoevelaken opgericht is. ‘Mensen een helpende hand bieden in moeilijke tijden’, deze doelstelling van de Hulpdienst Hoevelaken is nog even actueel als toen deze werd opgericht in 1985, aldus voorzitter Rick Eising. ,,Eigenlijk waren ze toen hun tijd al ver vooruit met het helpen van hun dorpsgenoten. Veertig jaar geleden was dat nog heel bijzonder.”
Veel mensen hadden, naar nu blijkt ten onrechte, hun hoop toen nog gevestigd op de verzorgingsstaat, vervolgt Eising. ,,De medewerkers van het eerste uur hadden veel doorzettingsvermogen en wat mogen we blij zijn dat dit prachtige initiatief er nog steeds is. De verzorgingsstaat schiet van tijd tot tijd tekort, daarom is het ook zo belangrijk dat er mensen zijn die hulp willen bieden aan diegenen die dat nodig hebben. Daar is de gemeente super blij mee. Het bestuur van de Hulpdienst staat niet stil en ontwikkelt zich mee met de samenleving, de nieuwe website, waarop mensen alle informatie kunnen vinden over de dienst, is daar het overtuigende bewijs van.”
De Hulpdienst startte in 1985 met drie telefonistes, nu coördinatoren genoemd. De eerste telefonistes waren Atie van de Top, Joke van de Heide en Florance Sloesarwij, waarvan de laatste nog steeds actief voor de Hulpdienst is. Nu, veertig jaar later, helpen nog steeds ruim 75 vrijwilligers van de Hulpdienst honderden ouderen, mantelzorgers, zieken, gehandicapten en visueel gehandicapten. De vrijwilligershulp is een aanvulling op de zorg van familie, burenhulp, dagopvang en thuiszorg. Zij ondersteunen mensen voor kortere of langere tijd, doen boodschappen of kleine klusjes in huis of in de tuin, zorgen voor een uurtje gezelschap, helpen bij administratie of financiën of rijden mensen naar het ziekenhuis of naar een andere bestemming. Vrijwilliger van de Hulpdienst helpen ook mantelzorgers. Bijvoorbeeld door een paar uur de zorg van over te nemen, zodat ze even tijd voor zichzelf hebben. De Hulpdienst is er voor iedereen die een steuntje in de rug nodig heeft.
Klik hier voor het volledige artikel.
Foto: Gerrit Steen

















