Het college van Burgemeester en Wethouders wijst het verzoek tot legalisatie van een (te) grote inhoudsmaat voor de woning Middelaarsweg 9 en het te grote bijgebouw bij de woning af. De gemeenteraad had in mei van vorig jaar tijdens de behandeling van het Bestemmingsplan Buitengebied 2017 verzocht de mogelijkheden te onderzoeken om tot een oplossing te komen inzake de strijdigheid van de bouw van een bijgebouw bij de dienstwoning aan de Middelaarseweg g in Hoevelaken. De heer Prinsen, van Prinsen Advies heeft namens zijn cliënt, de heer E. de Lange, tijdens de behandeling van het bestemmingsplan verzocht gebruik te mogen maken van de regeling tot uitbreiding van een bestaand bijgebouw bij de bedrijfswoning tot maximaal 150 m2, opgenomen in artikel9.3.9 van de planregels. Naar aanleiding van dit debat is tevens afgesproken ambtshalve de mogelijkheid te onderzoeken tot legalisering van de overschrijding van de gestelde inhoudsmaat van de dienstwoning. ln het verleden is namelijk geconstateerd dat sprake is van een overschrijding van de maximale inhoudsmaat van 1.000 m3 met een omvang van 140 m3.
De heer de Lange is in het verleden voor beide zaken aangeschreven. De gemeente heeft destijds, nadat uit onderzoek eerder al was gebleken dat beide zaken niet konden worden gelegaliseerd, de omgevingsdienst verzocht handhavend op te treden. Het verzoek is in onderzoek genomen met als doel te komen tot een definitief besluit omtrent handhaving of legalisering van:
- ‘de overschrijding gestelde oppervlaktemaat bijgebouw bij de dienstwoning Middelaarseweg g’ en
-
‘de overschrijding gestelde inhoudsmaat dienstwoning Middelaarseweg g’,
Nadat de gemeente beide zaken nog eens tegen het licht heeft gehouden van het nieuwe Bestemmingsplan Buitengebied 2017 met als vraag of er met het nieuwe bestemmingsplan ruimtelijke motieven zijn die aanleiding geven tot een andere afweging en tot een heroverweging van besluitvorming tot handhaving van beide zaken. De uitkomst van het onderzoek heeft het college geen aanleiding gegeven tot een ander oordeel te komen ten opzichte van haar eerdere besluitvorming.
Dat betekent dat de gemeente alsnog overgaat tot het opleggen van dwangsommen. Eerder ingediende hogere beroepen zijn reeds ongegrond verklaard door de Raad van State.
















