Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Judith Visser.

(1a)

Leendert! Waar ben je!? Wat gebeurt er allemaal? Waar heeft onze brievenschrijverij ons gebracht? Of nee, het was het boekje ‘duizend dingen achter deuren’, je bent vast via de achterdeur naar binnen gegaan en je bent gestrand. Maar geen nood, ik kom je achterna! Ik ben al op weg naar het mooie Oslo en ga ‘op zoek naar die wispelturige verleidster: het avontuur’, zoals Perkamentus ooit zo mooi sprak, door de pen van J.K. Rowling. 

Jon en Silje, waar zijn ze? Ik zie hun straat, ik zie de huizen, zijn het er vier, of zijn het er drie? Toch vier… Daar gaan ze, hand in hand. De huidige tijd vraagt erom wat afstand te bewaren (anders beland je pardoes in een quarantaine huis), maar zo goed en zo kwaad als het gaat haast ik mij achter Silje aan, die net Jons hand vastpakt en dit bijzondere huis binnenstapt.

Zodra ze binnen zijn gaat de deur als vanzelf achter hen dicht. Een rilling van schrik en ook wel een beetje van nieuwsgierigheid gaat door Jon en Silje heen. Ze kijken om zich heen, wat zijn er veel boeken!? Het lijkt wel een bibliotheek, hoe heeft iemand zoveel boeken kunnen verzamelen? Jon wil verder lopen, de boeken bekijken, wat voor soort boeken zijn er allemaal? Maar Silje aarzelt: Jon, denk je niet dat het verstandig zou zijn als we de deur waar we door naar binnen zijn gegaan markeren? Het is toch vreemd dat we deze deur de ene keer wel en de andere keer niet zagen? 

Tja, daar heeft Silje wel gelijk in. Maar hoe markeren ze de deur? Jon voelt eens in zijn zakken. Ha! Een steentje! Die had hij nog bewaard van toen ze pas geleden langs de rivier aan het spelen waren. De ene steen na de andere probeerden ze zo ver mogelijk het water in de slingeren. Maar dit steentje had hij zo mooi gevonden, die had hij gauw in zijn zak gestopt. Kwam dat even mooi van pas. Met een scherp randje van het steentje kerft Jon een kruisje in de deur, een kleintje maar, want je kunt toch niet zomaar in iemand anders z’n deur gaan zitten krassen.

Zo, probleem opgelost Sil, zegt Jon. Ze moeten er allebei om lachen en schrikken tegelijkertijd van het kabaal dat ze daarbij maken in het stille huis. Zachtjes lopen ze verder en gaan samen de boeken eens bekijken. O hallo dan, het zijn nog meer boeken dan ik dacht, zegt Jon. Deze boekenverzamelaar heeft zijn boeken in dubbele rijen op de planken gezet!? Hoezo ‘zijn’ boeken? Misschien is deze boekenverzamelaar wel een vrouw, zegt Silje. O ja, best, zegt Jon, maakt me niets uit, kijk gewoon eens wat een boeken! Ik zie van alles, spannende boeken, stoere boeken, kinderboeken, volwassen boeken, mooie-plaatjes-boeken… O o o en kijk eens… er staat warme chocolademelk? Hoe kan dat nou? Net alsof ze al iemand verwachtten. Alsof ze ons verwachtten? 

Door de kou van buiten hebben Jon en Silje wel zin in warme chocolademelk. Even aarzelen ze nog. Maar het staat er zo mooi klaar dat ze er eigenlijk gewoon niet van af kunnen blijven. Ze nemen een slok en proeven de dikke, rijke en romige warme chocolademelk, ze worden er helemaal blij en loom van. Blij loopt Silje verder en pakt eens een boek uit de kast en begint te lezen. Jon kijkt haar na, met een knagend gevoel in zijn binnenste. Hij voelt dat er iets niet klopt, maar wat?