Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Leendert van der Sluijs.

(36) EEN JAAR LATER – Jon en Silje zitten tussen stapels papieren en zien er vermoeid uit. Er zit weinig voortgang in hun onderzoek. Inmiddels hebben ze vrij nauwkeurig de grenzen van wat voorheen het Noordrijk genoemd werd, kunnen achterhalen. Als Silje niet zo slim was geweest de brieven van de mythische hertogin te rubriceren zouden ze nu nog steeds in het duister tasten. De brieven werden naar diverse adressen gestuurd, en wat bleek: de brieven aan de hertog achtervolgden hem op zijn reis langs de grensposten. De hertog wilde nu eenmaal graag dat zijn rijk te allen tijde het Noordrijk genoemd zou kunnen worden, dus het rijk dat afgegrensd ligt van het zuiden, het oosten en het westen. 

Jon en Silje hadden intussen gehoopt ook enig spoor van Mevrouw Postduif te kunnen traceren. Maar de enige getuige tijdens het onderzoek tot nu was een oude Vos die helaas al jaren aan dementie leed en steeds opnieuw vertelde dat hij haar in het open veld had zien staan, tussen hoogstaand gras, in droomtoestand. Hij had even met haar gepraat, zo vertelde hij, en toen hij terugkwam van boodschappen doen in de dichtstbijzijnde winkel, was zij gevlogen. Hij had ook een andere versie: Hij lag in het veld te slapen, na een heerlijk middagmaal, toen zij op hem landde en hem zei dat ze altijd had gedacht dat vossen heel slim zijn, maar misschien zijn ze gewoon sluw. Ze doen alsof ze slapen, in de hoop dat wie weet een of andere postduif op doortocht en aan een pauze toe, precies daar zal neerstrijken. Nou, zei ze toen, vertelde hij, dat is ook zo, maar slaap lekker verder ik ben niet onder de indruk van je sluwheid, wees wijzer en zorg er voortaan voor dat je staart niet boven dit hoge gras uitsteekt. En daarna was ze weg. 

Zijn derde versie van het verhaal is (ook na een jaar nog altijd) dat ze elkaar in de ogen keken en dat ze zei: ik ga maar weer eens verder en verder is terug, ik heb post te bezorgen, het is per kerende post, en ik ga naar het noorden. Ze vloog hoog op en inderdaad ze zwenkte naar het noorden. Probleem is echter dat ze daar nooit is gesignaleerd. Er is geen enkele melding bij de Bibliotheek der Dieren binnengekomen, en daar wordt toch altijd alles uiterst stipt bijgehouden aangaande de wederwaardigheden van elk dier, en sinds een jaar ook die van de mensen, dus nu van mens en dier, omdat beide creaturen op zijn zachtst gezegd niet altijd zo in vrede leven als in vroeger tijden. 

Toch blijft ‘het noorden het noorden’, om exact de hertogin te citeren die ten tijde van het schrijven van deze woorden (‘het noorden blijft het noorden’) in het zuiden verbleef, daar zij toch altijd de hertogin van het Zuidrijk is gebleven en als La Judith tot ver over de grenzen van dit rijk bekend en geliefd was. Waarschijnlijk noemt zij in één van haar brieven het noorden het noorden omdat haar zeggen over het zuiden al een gevleugeld woord was geworden, namelijk dat ze vaak vol trots zomaar tegen wie ook, man of vrouw, jongen of meisje en tegen bejaard of baby, kon zeggen: ‘Het zuiden is het zuiden!’ Iets wat nooit, maar dan ook nooit werd tegengesproken. 

Des te opvallender is dus, wat Silje speurneuzend onderstreepte, dat zij met dezelfde dictie in die brief lijkt te schrijven dat het noorden (toch altijd?) het noorden blijft. Dat zou inderdaad een aanwijzing kunnen zijn. Hoewel Mevrouw Postduif destijds koerszette richting noorden is zij daar wellicht toch niet binnengevlogen, dus daar waar het noorden begint (gezien vanaf de plek die in tegengestelde richting het zuiden veronderstelt) is zij misschien op de grens geland of in het ergste geval uit de lucht geschoten óf zij heeft toch het noorden bereikt maar houdt zich om onverklaarbare redenen schuil. In het laatste geval is zij dus naar het noorden gevlogen zonder de brief te bezorgen. Dat is eigenlijk niet mogelijk. Mevrouw Postduif zou Mevrouw Postduif niet zijn als ze post liet verdwijnen – want daar komt het dan toch op neer.

Jon kijkt op. Krijgt hij een lumineus idee? Hij zegt: Silje, zou het waar kunnen zijn dat het Noordrijk nooit heeft bestaan..? Dat er gewoon steeds een spelfout in het spel was..? Stel nu dat hertog Leendert machtig was op een heel andere manier dan iedereen altijd dacht… Stel, hij was schrijver. Hij wilde een verhaal dat niet eerder geschreven zou zijn. Dat is toch wat een schrijver wil? In zijn verhaal ging hij te rade bij de dieren. Die stuurden hem uiteindelijk – want ze werden een beetje gek van al die vragen van hem – naar de Bibliotheek der Dieren. Daar, in die bibliotheek, kwam hij niet één maar vele boeken tegen waarin hij hertog werd genoemd. Het zou vreemd zijn als hij dat dan niet zou geloven. Dus geloofde hij dat hij weliswaar als schrijver was geboren, maar sinds lang als hertog was verkoren. Vanaf die tijd noemde hij zich de hertog van het Noordrijk, maar waar hij was.. dat was eenvoudig de plek waar hij woonde, waar hij werkte, waar hij schreef, waar hij droomde, waar hij wandelde, waar hij fietste, waar hij de zee kon ruiken, waar hij door de duinen struinde. En omdat hij er nooit is weggegaan, ook niet toen hij verhuisde, bleef hij daar. Als hertog. Als de hertog van zijn dromen. Hertog van het Noordrijk noemde hij zich, zo dacht men. Maar hij fluisterde het altijd. Daardoor verstond men hem niet goed. Werd over hem geschreven – en het gebeurt tot op de dag van vandaag – als zou hij en niemand anders de hertog van het Noordrijk zijn. Maar wat hij zei was: Ik ben hertog van Noordwijk. Dat is maar één letter verschil, en toch staat er heel iets anders. Noordwijk bestaat nog steeds, het ligt aan zee, en er is geen mooiere plek om te wonen voor wie wil dromen.

Met een ruk staat Silje op. Ze zegt: Ik denk dat je gelijk hebt Jon. Dáár moeten we heen!