Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Judith Visser.

(35a) Mevrouw Postduif schrikt, klapwiekt nog wat met haar vleugels, raakt wat uit balans, en tot haar verbazing merkt ze dat ze zich nog altijd tussen het hoge gras bevindt. Ze knippert wat met haar ogen voordat ze ze goed open krijgt en ondertussen hervindt ze haar balans. Tjonge, denkt ze verbaasd, was ik daar toch zomaar even in slaap gesukkeld. Met een ruk richt ze zich op en kijkt om zich heen. Zou de vos, Meneer De Vos!, er nog zijn? Of zou ze hem zelf bedacht hebben? En zou het feit dat zij hem zelf bedacht had hem dan minder echt, minder bestaand, hebben gemaakt? Was ze niet immers net zelf teruggekomen uit een andere werkelijkheid waarin de kobold Oswinifred bestond, echt bestond, toch? Ze had hem zelf gezien, zelf met hem gesproken, hem geholpen met het schrijven van een briefje aan degene die hem bedacht had, Dominique de Auteur? En ze was op weg gegaan naar Dominique en daarna wilde ze naar haar reisgezelschap, maar ze was zo moe, zo moe…

Mevrouw Postduif slaakt een diep zucht. Het duizelt haar een beetje. Wat een wonderlijk iets om over na te denken, verschillende werkelijkheden, en welke is dan werkelijk, welke is dan echt? Wie bepaalt dat eigenlijk? De zware gedachten voelen als een last op haar schouders, haar mooie duivenhoofdje voelt wat koortsachtig aan. Hoe nu verder? 

Mevrouw Postduif denkt nog eens goed na… was het niet de wijze, 17e eeuwse René Descartes die ooit zei dat als er een veelheid aan gedachten was je er het beste een kon kiezen om helemaal uit te volgen? Of zoiets dergelijks? Hij was in ieder geval degene die de wijze woorden ‘cogito ergo sum’ sprak, ‘ik denk, dus ik ben’. Er verschijnt een opgeluchte lach op het mooie duivengezichtje. Dit zijn gedachten die haar verder helpen. Een weg kiest ze om verder te gaan, en pas als die weg klaar is, begint ze aan de volgende weg. En zijn er vele verschillende werkelijkheden, door velen bedacht? Prima, zolang zij ze bedenken kan, heeft ze er een rol in en zal alles op z’n pootjes terecht komen!

Ze had de lieve, licht ontvlambare Oswinifred beloofd zijn briefje, en de groeten, over te brengen aan Dominique, zijn bedenker, en dat is wat ze nu gaat doen, als eerste. Ze strekt haar vleugels en haar nekje nog eens even goed uit, tuurt over het hoge gras waar ze zich in bevindt zoekend naar aanwijzingen waar ze deze Dominique zou kunnen vinden. Want zowaar haar naam Mevrouw Postduif is, zo zal ze Dominique vinden! Ze tuurt en tuurt, draait heen en draait terug en ademt diep in… JA! Ze zal noordwaarts gaan. Noordwaarts is altijd goed, de lucht wordt er wat koeler en de luchtdichtheid neemt daarmee toe, dat vliegt een stuk comfortabeler dan naar het zuiden waar het altijd warmer wordt.

Blij en een beetje trots om haar besluit stijgt Mevrouw Postduif op en vliegt met stevige slagen op weg naar het noorden.