Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Leendert van der Sluijs.

(34) ‘Ach schatje,’ zegt Mevrouw Postduif, ‘wat is daarmee nu eigenlijk helemaal en voor altijd zo dieptreurig het probleem hé?’ Oswinifred zucht. Te kunnen schrijven is zijn droom. Zó te kunnen schrijven dat schrijven geen schrijven meer is, in vliegende vaart vooruit, maar eerder achteruit, het ware terug-schrijven zou hij willen kunnen – maar geen letter lukt hem dat, nog geen letter. ‘Ik moet nu eigenlijk per direct ommegaande weer terug, zegt Mevrouw Postduif, – dus veel tijd hebben we niet -, maar zou je het willen leren?’ Oswinifred kijkt op, knikt verbaasd, knijpt zijn ogen samen, keert bijna ongemerkt een oor een kwartslag naar achteren, en dan nog een (als om de verre echo van de vraag te achterhalen).

En dan gaan de dingen snel. Mevrouw Postduif vraagt of hij een wandelstok heeft. Die heeft hij. Haal op. Dat doet hij. Hier is hij. Draai om. Hij doet het. Welke letter is dat? Hij weet het niet. Ze zegt: dat is de letter J. Onthoud dit. Hij knikt. Kijkt. Knikt. Kijkt weer. Knikt weer. Dus? Dit is de letter J, zegt hij. Heel goed. Stel je nu een puntige berg voor, lukt dat? Ja dat lukt wel. Halverwege die berg loopt een lijn overdwars, zie het voor je. Hij ziet het. Let goed op: de lijn deelt de berg precies in tweeën, toch is de onderste helft groter dan de bovenste, rara hoe kan dat? Ja ik zie het, maar ik weet het niet. Dat klopt, zegt ze, dat weet niemand, toch is het zo. Dus: een puntige berg overdwars in tweeën gedeeld heeft twee helften waarvan de ene groter is dan de andere. Zo is het precies, zegt hij. Dat is de letter A, zegt zij. – Aha! Nee, niet Aha, maar A, kun je dit onthouden? Hij knikt stomverbaasd. Er begint hem iets te dagen. Mevrouw Postduif vraagt: Is het dat wat je zou willen schrijven? Er verschijnt als een opkomende zon een stralende lach op zijn gezicht, een van oor tot oor. Heeft hij dat goed gehoord? Ja dat heeft hij goed gehoord. En we zijn blij voor hem. Ook wij hebben nu een big smile die reikt van oor tot oor. Hoe voelt dat? Heel gelukkig. Ja het is fijn elkaar gelukkig te maken. Al was het maar met één lach.

Oswinifred heeft het begrepen. Hij weet wat hem te doen staat. Onder de eerste altijd de onderste traptrede vanaf beneden geteld, heeft hij een potje verf staan en ook een potje met water en in het water een kleine penseel. Hij heeft een deur waardoor hij naar binnen kan en ook naar buiten. Zoéén die een kunstenaarsmens in een weiland zet. Een enkele deur. Om in en uit te gaan zonder dat je wereld kleiner wordt. – Zo’n deur heeft hij ook, en hij woont zowel binnen als buiten, maar zo af en toe heeft de deur een nieuw likje verf nodig. Daar zijn die potjes voor, onder de traptrede, de onderste van een trap die zowel naar boven als naar beneden gaat. Maar de potjes blijven onder, een met verf en een met water. En wat hij nu doet is de penseel pakken, uit het potje water. Hij opent het potje met verf, doopt de penseel erin, test de kleur op roodheid, en het rood blijkt zo rood te zijn als rood maar zijn kan. Hij vraagt met ingehouden adem zachtjes aan Mevrouw Postduif of ze de brief op haar rug wil houden met de achterkant naar hem toegekeerd. Dat doet ze. Zo blijft voor haar geheim hoe hij met de penseel in rood zijn eerste woordje schrijft. Maar wij kunnen het zien. Hij kijkt naar de omgedraaide wandelstok die hij met zijn linkerhand vasthoudt, hij kijkt naar de penseel in zijn rechterhand, knikt, en SCHRIJFT op de achterkant van de brief de letter J. Hij denkt even na, ziet de puntige berg met de twee ongelijke helften (die wonderlijk genoeg geen van beide de helft zijn van het geheel, zoals een helft toch half zou moeten zijn maar het nu niet is – zijn hersenen draaien op volle toeren, maar zo was het precies als Mevrouw Postduif zei), en hij buigt zich opnieuw voorover naar haar rug en hij SCHRIJFT eerst / en dan \ en dan nog overdwars het streepje –

Rechts van de letter J staat nu de letter A. – Zo, klaar, zegt hij. Mevrouw Postduif draait zich om en vraagt is het gelukt? staat je antwoord erop? JA zegt hij. Dat is mooi, dan zal ik de brief met het antwoord zo snel mogelijk per vliegende haast voor je bezorgen. Dat is fijn, zegt hij (een beetje uitgeput door de spanning en inspanning van zo even). Wil je Dominique dan ook, want dat staat er niet bij, de groeten van mij doen? -Enne, weet jij eigenlijk wie Dominique is? Ja natuurlijk, zegt Mevrouw Postduif. Dominique is de auteur van Starfell en had jou zo in gedachten dat je je bestaan zoals je bent aan diezelfde Dominique te danken hebt, zo helemaal zindromend bedacht, overdacht je bent. En nu wil de auteur je dus nog meer leren kennen.
Terwijl Mevrouw Postduif dit zei, raakte ze helemaal opgewonden, ze begon te klapwieken, ze steeg op, ze riep nog: Mij zie je misschien niet meer (ze was blij dat ze dit avontuur overleefd had), maar de Auteur..! de A van Auteur is de A van jA!!!