Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Judith Visser.
(33a) Verbaasd en verrukt tegelijk kijkt Oswinifred naar Mevrouw Postduif, die enigszins gelaten de brief weer oprolt en zich afvraagt of ze de brief aan Oswinifred zal overhandigen of dat ze hem nog even vast zal houden. Terwijl ze daar zo staat te wikken en te wegen over wat ze zal doen zegt Oswinifred, lieve Mevrouw Postduif, zoudt u… zoudt u de brief nog eens voor kunnen lezen? Met grote ogen kijkt hij haar aan.
Och, maar natuurlijk, zegt Mevrouw Postduif en rolt de brief omslachtig weer open. Ahum, zegt ze, en kijkt voor de zekerheid nog even naar de kobold. Die staat een beetje schaapachtig, maar toch ook vol verwachting naar haar te kijken:
Beste Oswinifred, wij kennen elkaar niet maar ik zou je graag willen leren kennen. Vind je dat een goed idee? Ik hoop van wel. Ik heb je al laten weten dat ik helaas geen postduif ben, maar wel precies zo sierlijk. En er zijn er die zeggen dat mijn stem als die der postduiven is, niet in het minst als zij voorlezen, hoewel ik dus niet een van hen ben. Ik weet dat je een kobold bent, met de welluidende naam Oswinifred, en ik denk dat we goed bij elkaar zullen passen. Aller-, aller-, allerbelangrijkst voor nu is dat je je antwoord voor mij meegeeft aan Mevrouw Postduif. Liefs van Dominique.
Pfffff, een diepe zucht ontsnapt aan de kobold. Het staat er echt he? Hm mm, reageert Mevrouw Postduif, inderdaad, zo waarachtig als ik hier sta, ik heb het naar eer en geweten juist voorgelezen, dit is wat er staat.
Do-Mi-Ni-Que… De kobold laat de naam nog eens klinken, stapje voor stapje. Hij probeert de letters in zijn mond te voelen, misschien zelfs wel te proeven. En samen vormen ze die bijzondere naam Do-Mi-Ni-Que-Do-Mi-Ni-Que-Do-mi-ni-Que… Prachtig! Roept Oswinifred, wat een heerlijke naam! En hij begint er spontaan van de te lachen. Mevrouw Postduif heeft de kobold onderzoekend gade geslagen en op zijn lach kan ze niet anders dan met hem meelachen.
Maar dan wordt de kobold weer serieus. Dus, deze Do-Mi-Ni-Que (hij blijft de naam de nog even voorzichtig en nadenkend uitspreken) wil mij graag leren kennen? Als reactie knikt Mevrouw Postduif vriendelijk naar de kobold. Maar, zo gaat hij verder, WIE is deze D0-Mi-Ni-Que? En vooral ook WAAR kent hij of zij mij van? Want Do-Mi-Ni-Que (de naam rolt steeds soepeler door zijn mond) is een prachtige naam, die zowel aan een jongen of een meisje gegeven kan worden, toch? Vragend kijkt Oswinifred naar Mevrouw de Postduif. Zij doet haar uiterste best te ontdekken welke gedachten er in het koboldenhoofd aan het ontstaan zijn. Voorzichtig knikt ze van ja, in afwachting hoe dit antwoord zal landen bij de kobold. Die blijft even stil. En voorzichtig pakt mevrouw Postduif de draad op. Ze is zo voorzichtig omdat ze de kobold niet van streek wil maken. Dat zou namelijk de eerste stap kunnen zijn naar boze bui en zoals iedereen weet kan een kobold ontploffen als hij boos wordt. Hij gaat daar verder niet dood aan, het is gewoon zijn aard, maar Mevrouw Postduif maakt liever niet zo’n ontploffing mee. Dus heel voorzichtig gaat ze verder. Zeg Oswinifred, dat zijn heel juiste vragen die je je daar afvraagt. Ik zou ze niet voor je kunnen beantwoorden, maar zoals Dominique (Mevrouw Postduif is duidelijk minder onder de indruk van deze naam) in zijn of haar briefje schrijft vraagt hij of zijn om een antwoord, van jou, geschreven in een briefje. Misschien kun je je vragen in dat briefje stellen, zodat je daar te zijner tijd antwoord op kunt ontvangen?
Een briefje? Een BRIEFJE?! Oswinifred klinkt ineens zo verontwaardigd. Mevrouw Postduif deinst verschrikt achteruit en ziet tot haar grote ontsteltenis dat er al rookkringeltjes uit de koboldenoren komen. M…maar… , stamelt ze, het was maar een ideetje? Ik bedoelde er geen kwaad mee…
Met een gegrom komt Oswinifred overeind. Ach nee, dat zal ook wel niet, grom-bromt hij. WAAROM denkt u eigenlijk dat ik u helemaal naar HIER heb laten komen om deze bijzondere BRIEF voor te LEZEN, HMM?! Alhoewel de rookkringeltjes eerder af lijken te nemen dan dat ze toenemen deinst mevrouw Postduif toch nog achteruit. I..Ik heb geen idee, fluistert ze zachtjes. NEE NATUURLIJK NIET!! grauwt de kobold nog na, alhoewel de echte boosheid plaats lijkt te maken voor wat anders. Al die geleerde mensen en dieren, iedereen gaat er maar vanuit dat iedereen kan lezen en schrijven… Terwijl hij dit zegt kruipt hij van schaamte helemaal in elkaar. Ik wil Do-Mi-Ni-Que heel graag leren kennen… maar hoe kan ik een briefje schrijven als ik niet kan schrijven?
















