Weer elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Leendert van der Sluijs.

(33) Mevrouw Postduif zet dus koers richting.., ja richting waar? Een dag en een nacht gaans.., maar waarheen? Naar Oswinifred, zoveel is zeker.., maar op welk adres? In welke stad of in welk dorp? In welk land? In welke wéreld als er wie zal het zeggen (veel) meer werelden zijn? Al deze vragen zijn vragen te over voor wie over dit alles vragen zou willen stellen. Maar zo niet voor Mevrouw Postduif. Zij weet wel hoe en waar en waarheen ze moet gaan. Ze heeft een brief waar het adres opstaat. Het adres is een naam, Oswinifred, en dat is haar genoeg. Als ze voor de postbezorging over de grens zou moeten, en stel dat er vragen gesteld worden, door de grenswachters (bij de dieren nog in ere), dan zal zij zeggen: ja ik vlieg naar Oswinifred de kobold, naar die en naar niemand anders, naar die en dan weer terug, naar die om er te landen, hem te verblijden door voor te lezen, en dan weer terug – laat ik volledig zijn. De grenswachters zullen knikken, ja die kennen we zullen ze zeggen, maar wat ons verbaast is dat hij kiest voor vliegverkeer in plaats van mailverkeer, hij verkiest uw tegenwoordigheid boven de werkelijkheid van slechts woorden per signaal gestuurd, de boodschap moet er één zijn die niet per mail kan aankomen. Ja zal ze zeggen, dat heb ik er ook van begrepen. De woorden zouden per mail inhoudsloos zijn. Maar daarvoor ben ik dus op aarde, ik bedoel op de aarde die naar de aard der zaak ons als dieren is gegeven. Wij weten hoe te luisteren, en omdat wij weten hoe te luisteren hebben wij iets te spreken aan elke taal vooraf. Onze woorden zullen als de taal van de wind zijn. Onze woorden vullen zich met stilte. En wij hebben de sterren tot getuigen. Jaja, zullen de grenswachters knikken, wij weten het. Het is voor nu belangrijkst dat u uw missie voortzet, dat u vliegt waar u vliegen moet en zult landen op die eigenste plek van bestemming. Precies zo, en daarom, zal Mevrouw Postduif koeren of kirren, zal ik mijn weg nu vervolgen.

Per adres weet zij de weg, zoals het elke postduif betaamt. Mevrouw heeft geen navigatie nodig, want zij navigeert zelf. Zij raadpleegt geen kaart, want zij kan lezen wat te lezen staat: op de brief de naam Oswinifred, en we zullen hier één keer vertellen hoe het werkt, hoe Mevrouw Postduif werkt, hoe alle postduiven van ooit en alle postduiven forever zullen werken: een naam is nooit zomaar een naam. Nu Mevrouw Postduif het hemelruim kiest en hoogte wint en de wind haar meevoert als het ware (zij heeft inderdaad wind mee), weet zij de weg die in de naam Oswinifred staat uitgetekend. Want Oswinifred is niet zomaar door zijn koboldva en koboldma gelukkig gemaakt met deze naam. Hij is een echte kobold, één die zich thuisvoelt in zijn omgeving. En dus zeiden ze: we zullen hem zó noemen dat hij niet in tegenspraak is met zijn omgeving, dat hij niet uit de toon valt en dat hij geen enkele tegenstrijdigheid hoeft te bestrijden. Wij wonen hier voorbij de grote ronde cirkel der reusachtige bomen en dus moet de eerste letter van zijn naam die grote cirkel zijn, de O, daar hoort hij bij, daar zal hij tot in lengte van dagen en jaren te vinden zijn. Vandaar is er die kronkel in de weg, de s, zijn er vanwege het hoogteverschil hier en daar enkele hoekige haarspeldbochten, de w, is het uitzicht daar zo adembenemend te gek dat je daar het uitroepteken moet omkeren in een i, ga je het bruggetje over van de n, herhaalt zich daar de uitroep van de i, zie je vervolgens die windvaan, de f, neem je daarna een kleine bocht naar rechts, de r, en draai je met de e ons erf op en parkeer je netjes in de ronde van de d – en dan zijn we er dus. 

Mevrouw Postduif vliegt nu naar Oswinifred, precies volgens aangegeven route. Op dit moment ziet Oswinifred haar al aankomen, ze neemt nu heel sierlijk de draai van de e en dan ziet ook zij Oswinifre-d. Ha zegt ze, jij moet Oswinifred zijn, ik heb je gevonden. Ik had ook niet anders verwacht, zegt de kobold, dan dat je me zou vinden. Heb je een goede reis gehad? Welzeker, zegt Mevrouw Postduif. Het ging weer eens heel voorspoedig. Ik had de wind mee en de mensen niet tegen, en nu ben ik er al. En en?, vraagt Oswinifred, heb je de brief mee? Maar natuurlijk, zegt ze, hoe zou ik die ook maar kunnen vergeten, je naam staat erop! Dat méén je, zegt hij. Ja hoor, zegt ze, was eigenlijk niet nodig, het was sowieso al wel duidelijk dat deze brief voor jou bestemd zou zijn.. Hoezo dan mijn naam erop?, vraagt hij. Dat is vanwege de inhoud denk ik, zegt Mevrouw Postduif. Dat gebeurt wel vaker. Dan wordt niet alleen de naam tegen mij gezégd, maar dan wordt erbij gezegd, dus bij het zeggen van de naam wordt gezegd dat de naam er ook óp staat – helemaal niet nodig, alsof mijn geheugen zou kunnen falen, maar vooruit, nu staat het dus te allen tijde te lezen omdat het zo belangrijk is. Wil je het mij nu voorlezen, vraagt hij – wat erin staat? Mevrouw Postduif knikt bedachtzaam en op haar hoede. Maar natuurlijk, zegt ze. Luister maar. En nadat ze de brief netjes heeft uitgerold, leest ze hem voor. – Beste Oswinifred, wij kennen elkaar niet maar ik zou je graag willen leren kennen. Vind je dat een goed idee? Ik hoop van wel. Ik heb je al laten weten dat ik helaas geen postduif ben, maar wel precies zo sierlijk. En er zijn er die zeggen dat mijn stem als die der postduiven is, niet in het minst als zij voorlezen, hoewel ik dus niet een van hen ben. Ik weet dat je een kobold bent, met de welluidende naam Oswinifred, en ik denk dat we goed bij elkaar zullen passen. Aller-, aller-, allerbelangrijkst voor nu is dat je je antwoord voor mij meegeeft aan Mevrouw Postduif. Liefs van Dominique. – Staat dat er allemaal echt?, vraagt Oswinifred. Ja o ja, Mevrouw Postduif knikt heftig (en een beetje zenuwachtig).