Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Judith Visser.

(2a) De twee vrienden kijken elkaar aan en kijken samen naar de deur die geen deur meer is, maar een groot gat. Een uitnodigende ruimte lijkt hen te lokken. Nog meer boeken, nog meer interessante verhalen om in te verdwalen. 

Maar het getik van de oude typemachine laat hen aarzelen. Dat is toch wel gek Jon, zegt Silje, hoe kan hier nou iemand op een typemachine werken? Hier op een plek die er dan weer wel en dan weer niet is? Geen idee, Sil, maar zullen we gewoon eens gaan kijken? 

Als Jon en Silje de deur die geen deur meer is doorgaan zien ze een groot ouderwets bureau staan te midden van een grote verzameling boeken. Achter dit bureau is iemand hard aan het werk. Een deftige dame zit er kaarsrecht op een mooie pluche stoel. Haar haren, wat grijzend al, zitten in een onberispelijke knot bovenop haar hoofd. Ze heeft een prachtige blauwe jurk aan, de jurk lijkt wel gemaakt van water, je hoort het water bijna stromen als je te lang naar de jurk kijkt. Haar vingers, met prachtig rood gelakte nagels, razen over de typemachine. Haar blik lijkt streng, ze kijkt naar het papier in de typemachine. Ineens valt ze stil, haar mondhoeken krullen iets op en een vrolijke glans verschijnt in haar ogen. Driftig typt ze daarna weer verder. 

Jon en Silje kijken elkaar aan. Zouden ze? Durven ze? Voorzichtig schraapt Jon zijn keel en v) erwachtingsvol kijken hij en Silje naar de typende dame. Ze geeft geen reactie. Nog eens schraapt Jon zijn keel, deze keer iets harder. Enigszins verstrooid kijkt de dame op en ziet de kinderen staan. 

O, zegt ze, wat brengt jullie hier? Eh… nou, eh… stamelt Jon en met zijn ogen zoekt hij hulp bij Silje. Ja… eh… nou… stamelt ook zij. Opnieuw krullen de mondhoeken van de deftige en enigszins strenge dame op. Is ze eigenlijk wel zo deftig en streng? Haar ogen hebben nu zo’n vrolijke glans dat de kinderen er ook van moeten glimlachen. Ik snap het al, zegt de dame, het was de chocolademelk… is het niet? 

Nou ziet u, begint Silje, het begon eigenlijk met een huis, dat er dan weer wel en dan weer niet was. En toen die er was zagen wij kans om naar binnen te gaan. De boeken ziet u, de boeken met al die prachtige verhalen, we moesten gewoon even naar binnen. En eenmaal binnen… o ja, toen was er inderdaad chocolademelk, zegt Silje een beetje verrast. Ja, gaat Jon verder, en na de chocolademelk ontdekten we dat niet alleen huizen konden verdwijnen, maar ook deuren! De deur verdween en we zagen nog meer boeken… zulke prachtige verhalen. We moesten wel…

Maar natuurlijk, zegt de deftige dame, en ze staat op van haar stoel. Kordaat loopt ze naar de kinderen toe, kijkt even streng op hen neer, zodat de kinderen er van schrikken. Maar dan verschijnt die vrolijke glans weer in haar ogen. Jullie hoeven niets uit te leggen, ik ken het verhaal, zegt ze, en ze knipoogt naar Jon en Silje. Ik vind jullie wel heel dapper hoor, gaat de dame verder, om zo zonder uitnodiging het huis binnen te gaan. De meeste mensen wachten op de Kleine Uitnodiger, die hen uitnodigt binnen te komen en mee te gaan op een rondleiding langs de vele verhalen in dit huis. Maar jullie niet, jullie zijn gewoon naar binnen gegaan. De deftige dame laat er een vrolijke schaterlach bij horen. Maar ineens kijkt ze weer wat serieuzer, en daarmee ook weer wat strenger. Nu moeten jullie de weg alleen zoeken, legt ze Jon en Silje uit. Nu is het geen rondleiding, maar een ontdekkingstocht. Jullie zullen moeten dwalen door de lange gangen en vreemde kamers, vol met verhalen. En ergens is de uitgang, waardoor jullie weer thuis zullen komen. 

Ademloos kijken Jon en Silje naar de deftige dame. Wat hebben ze gedaan? Waar zijn ze aan begonnen? Zullen ze de weg naar huis kunnen vinden? En waar moeten ze beginnen? Verbaasd en een beetje angstig kijken de kinderen elkaar aan. Wat nu? Kunt u ons misschien helpen dan? vraagt Jon. Waar moeten we beginnen?