“Nijkerk: toen ik klein was, dacht ik dat het een plek was zoals omschreven in een nostalgisch kinderboek uit de vorige eeuw. Een dorp waar nog lang met paard en wagen werd gereden. Of met hondenwagens. Vrouwen met lange rokken die de was nog met de hand deden. Die lange waslijnen ophingen met de kleding van hun grote gezinnen. Lange rokken, hempen, onderbroeken, wapperend in de wind. Waar de melkboer grote flessen melk (vanuit de in Nijkerk en omstreken bekende zuivelfabriek De Volharding) langsbracht. Dat Nijkerk zou voelen zoals het dorp dat Wim Zonneveld zo warm bezong in zijn bekende lied.
Door Elisabeth Hoffs
Nijkerk was het waar mijn overgrootvader (de vader van mijn oma) kolenboer was. Hij woonde met zijn grote gezin (er werden maar liefst dertien kinderen geboren) aan de Holkerweg in een kleine boerderij. Het huis had twee delen: een deel was een oude tabaksschuur, het andere deel was aangebouwd tot een woonboerderij. Die tabaksschuur? Daar was iets bijzonders mee (lees daar meer over, onderaan dit artikel). Daar kwam ik een paar jaar geleden achter, toen ik mij meer begon te verdiepen in de Nijkerkse geschiedenis. Maar er is meer. En dat heeft alles te maken met een opvallende boom. Een ware familie(stam)boom.

Veel grotere roots in Nijkerk dan ik dacht

“Nijkerk heeft de mooiste toren van Nederland”, “Als ik de toren zie, ben ik thuus”: het zijn bekende uitspraken van Niekarkers. Ik snap dat wel. Hoewel ik zelf niet in Nijkerk geboren ben, trekt de omgeving mij aan. En dat heeft alles te maken met mijn oma, naar wie ik ben vernoemd. Een sterke, wijze vrouw die mij zoveel geleerd heeft in de eerste dertien jaar van mijn leven. Tijdens de vele logeerpartijtjes, toen ze mij vertelde over haar jeugd. Over de avonturen die ze had meegemaakt. Aangrijpende dingen zoals ervaringen in de Tweede Wereldoorlog, spannende dingen zoals windhozen op het platteland, maar ook warme herinneringen aan fijne momenten op de boerderij. Terwijl we thee dronken en Bastogne-koekjes aten en zij de meest prachtige kleertjes voor mijn barbies maakte, nam ze mij mee naar de wereld van haar jeugd: Nijkerk.

Het gekke is dat ik nooit eerder zelf naar Nijkerk ben gegaan, toen zij nog leefde. Alsof ik dat meisje bleef, haar kleindochter, die de jeugdverhalen van haar oma bleef koesteren en dit niet wilde veranderen om de plekken waar alles zich had afgespeeld in het echt op te zoeken. Hoe ouder ik werd, hoe meer de verhalen ook bij mijn jeugd gingen horen. Totdat zij stierf, in 2020, op 92-jarige leeftijd.

Er ging iets open in mij.

Ik wilde weten waar zij was geboren en opgegroeid. Ik wilde de plekken opzoeken waar zij moest hebben gelopen. En ik begon mij verder te verdiepen in het onderzoeken van mijn stamboom. Hoewel ik daar al eerder mee begonnen was, nam mijn interesse na haar dood een vlucht, en leerde ik tijdens de begrafenis van mijn oma meer familieleden kennen die mij hielpen aan informatie. Dit hielp mij in mijn zoektocht naar meer informatie. Ik besloot de extra vrije tijd die ik had door de coronacrisis, te benutten om meer te weten te komen.
Al snel ontdekte ik dat beide voorouders van mijn moederskant uit Nijkerk afkomstig zijn. En het families waren die hier al eeuwen woonden. En dat ging heel ver terug in de tijd. De helft van mijn DNA ligt dus in Nijkerk.

En dat niet alleen, ik ontdekte ook al snel dat ik de vierde Elisabeth in de directe vrouwenlijn van mijn oma was. De eerste Elisabeth die ik kon vinden, was geboren in 1812. Wat bijzonder!
De verbinding die ik al voelde met mijn oma en haar verhalen over Nijkerk, werd alleen maar groter door alles wat ik ontdekte. Een bezoek aan Nijkerk was snel gepland. Niet wetende wat dit mij zou brengen, ging ik op pad.