Soms blijft één zin langer hangen dan een heel gesprek. Voor Dea Blankestijn zijn het de woorden van een arts in Utrecht: „Je hebt heel veel pech gehad, maar ook heel veel geluk.” Het klinkt bijna tegenstrijdig. Wie ernstige gezondheidsproblemen heeft doorgemaakt en meerdere zware operaties achter de rug heeft, zal zichzelf niet snel gelukkig prijzen. Toch begrijpt Dea inmiddels precies wat die arts bedoelde. Ze is er nog.

En misschien verklaart dat wel waarom je haar tegenwoordig op zoveel plekken in Nijkerkerveen tegenkomt. In de bibliotheek, op het schoolplein, bij het voorlezen aan kinderen of bij Spulletjes uit ’t Hart. Thuis op de bank gaan zitten wachten tot de dag voorbij is, past niet bij haar. Ze wil mensen om zich heen. Een kind troosten dat gevallen is, iemand helpen die wat extra aandacht kan gebruiken of gewoon een bak koffie drinken met iemand die spullen komt brengen. Geen grootse gebaren, maar juist die kleine dingen waarvan een dorp een gemeenschap wordt. Spulletjes uit ’t Hart is daar misschien wel het mooiste voorbeeld van. Wat begon met een paar rekken tweedehands kleding is inmiddels een initiatief met zestien vrijwilligers. Natuurlijk wordt er geld opgehaald voor goede doelen, maar minstens zo waardevol zijn de gesprekken die er ontstaan. Mensen komen binnen voor een jas, een broek of wat spullen en blijven soms hangen voor koffie. Dat kun je niet in euro’s uitdrukken.

Binnenkort begint voor Dea en haar man Evert een nieuw hoofdstuk. Ze verhuizen naar een nieuwbouwwoning, gewoon een paar honderd meter verderop. Nijkerkerveen verlaten? Geen denken aan. Hier zijn de kinderen, kleinkinderen en al die mensen met wie ze zich verbonden voelt. Misschien is dat uiteindelijk de mooiste les uit haar verhaal. Wie van dichtbij heeft ervaren dat morgen niet vanzelfsprekend is, kijkt anders naar vandaag. Dea had veel pech. Maar ze had ook geluk. En dat geluk houdt ze niet voor zichzelf. Ze deelt het uit, beetje bij beetje, aan de mensen om haar heen…. Omdat ze er nog is.

Lees het volledige artikel op destadnijkerk.nl.
Foto: Peter Pos.