Dertig jaar geleden brak in het voormalig Joegoslavië een burgeroorlog uit. Duizenden mensen sloegen op de vlucht uit angst voor het geweld dat ontstond tussen verschillende etnische groeperingen. Vier maanden lang leefde Nijkerker Drago Pecenica samen met zijn vrouw en hun pasgeboren dochtertje middenin oorlogsgebied. In een serie verhalen blikt de Nijkerker terug op die tijd. Vandaag deel twee van zijn verhaal. 

,,Er heerste verdeeldheid onder de bevolking. De mensen in de stad die moslim waren zaten in het ene deel van de stad, de inwoners die Kroatisch waren zaten in het katholieke deel. Ik vond die haat tussen die twee groepen maar zielig voor de mensen. In wat voor religie of toestand je ook zat in Bosnië, je werd door mensen naar je eigen volk, je eigen komaf gestuurd. Ik was leraar in die plaats. Mijn vrouw was katholiek en we konden geen partij kiezen. Als ik naar de Servische kant ging, moest ik gelijk het leger in. Ik koos ervoor om neutraal te zijn in plaats van mensen te vermoorden. Het was mijn keuze, omdat ik niet mensen kon vermoorden en dan verder kon gaan met mijn leven. Dat was voor mij geen leven.”

Toevallig had Drago vijf jaar voor de oorlog begon een Nederlands echtpaar ontmoet die hij wilde vragen om een uitnodigingsbrief, zodat hij samen met zijn vrouw en dochter kon vluchten. ,,Wij hadden besloten om naar Nederland te gaan. Ik had een koffiemolen geleend van een buurvrouw tegenover ons, omdat we geen elektriciteit hadden. Toen we eenmaal besloten hadden om weg te gaan, bracht ik de koffiemolen terug. Beneden in de flat zag ik een vrouw die ik al langer kende, maar het verbaasde me haar hier te zien, omdat ze in een andere plaats getrouwd was. Het was een hele intellectuele vrouw. Ze vertelde me dat ze gescheiden was en dat ze weer bij haar ouders was komen wonen. Ze wilde een schilderij van mij kopen.”

Lees de rest van het artikel op Stadnijkerk.nl
Foto: Privecollectie Drago Pecenica