Met het zomerse weer gaan mensen graag zwemmen. In Nijkerk wordt dit ook al decennia lang gedaan. Eerst in het open water van de Zuiderzee, later in zwembad Bad Bloemendal en het Jaap van der Krolbad. Voor deze Bij ons in de (Binnen)stad blikken we terug op de Nijkerkse zwemgeschiedenis.

In de tijd van de middeleeuwen was zwemmen vooral voorbehouden aan de adel, die het zwemmen als één van de zeven ridderlijke volmaaktheden zag. Rond de Napoleonistische oorlogen werd zwemmen zelfs noodzakelijk voor soldaten, aangezien zij door zwemmen ook opgeworpen waterbarrières konden nemen.  Aan het begin van de negentiende eeuw werden er dan ook in diverse landen militaire zwemscholen opgericht. In Nederland werden er rond 1800 al een aantal plekken ingericht bij oevers en grachten en kanalen, zodat het zwemmen in open water iets beter in de gaten gehouden kon worden. Deze ‘Zweminrichtingen’ bestonden uit niet meer dan een hekje, steiger, wat bosjes en een trap naar het water.

In Nijkerk werd Badinrichting Veluwe een grote trekpleister voor mensen die verkoeling zochten. Zwemmen was anderhalve eeuw geleden nog steeds voorbehouden aan de gegoede burgerij. Jongens en mannen gingen zwemmen als een sport beoefenen. Van meisjes en vrouwen werd gedacht dat zij fysiek niet in staat zouden zijn om wedstrijden te kunnen zwemmen. Als dames dan toch het water in gingen, dan droegen ze een gewaad tot op hun enkels. Later kwam er damesbadmode en werden er er badpakken gemaakt van zuiver scheerwol. Mannen waren verplicht een zwembroek te dragen. Toen ook minder welgestelde burgers wilden gaan zwemmen, konden ze zwemkleding en handdoeken huren bij de zweminrichtingen.

Lees de rest van het artikel op Stadnijkerk.nl 
Foto Gerrit Suijk