Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een Corona-briefwisseling van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Hun vragen zouden zomaar ook uw/jouw vragen kunnen zijn. Hun antwoorden misschien eye-openers… Vandaag antwoordt ds. Judith Visser.

Ha Leendert, beste collega-avonturier!

Ja echt, en dat meen ik hoor! Het is zeer onterecht wanneer avontuur alleen wordt toegeschreven aan wie zich fysiek in een avontuur storten. Via boeken kun je grootse avonturen beleven, helemaal mee eens. Daarom ook dat ik soms wat hersteltijd nodig heb na sommige boeken. En wat schrijf jij daar goed over. Ik denk dat je geen fans kwijt raakt, je krijgt er juist meer fans bij. Verdwaalzinnetjes, fantastisch, alleen het woord al, daar kan ik zomaar een poosje van genieten. En wat ik dan ook zo knap vind, is dat jij al die zinnetjes blijkbaar kunt onthouden. Ik kom vaak, al lezend, zoveel moois tegen en dan zou ik het zo graag willen onthouden, maar in de drukte van alledag raak ik het dan toch weer makkelijk kwijt. Soms maak ik dan aantekeningen in mijn boeken (ik ben en blijf fan van de papieren boeken…), tot grote hilariteit van mijn dochters. ‘Zit je nou gewoon in je boek te schrijven, mam? Dat is toch echt een beetje raar hoor.’ Maar dan denk ik altijd maar aan een mooie uitspraak (die ik dan toch weer wel onthouden heb) uit mijn studententijd: ‘hoe meer er in een boek bij geschreven is, hoe meer een boek waard is!’ Dus schrijf ik, ondanks de opgetrokken wenkbrauwen van mijn dochters, vlijtig verder in mijn boeken. Dan kan ik toch nog zo nu en dan wat terug vinden. 

Wow, da’s een oude driedeling die jij noemt: boeren, burgers en buitenlui… Zou die driedeling met uitleg nog steeds passen in onze tijd? Ik weet dat predikanten vroeger altijd bij de notabelen hoorden en sommige van onze collega’s vinden en voelen dat vandaag de dag nog steeds zo, maar ik weet het niet goed. Ik voel me eigenlijk in geen van de drie categorieën thuis, maar tegelijkertijd met alledrie een beetje verwant, kan dat, denk jij?

Preken als je hartluchten… Interessante gedachte. Bij het ontvangen van ons preekconsent moesten wij, als theologie-studenten, onder woorden brengen waarom wij zouden willen preken. Hierop antwoordde een van mijn studiegenoten met een grote grijns: ‘nou, ik wil graag een half uur aan het woord zijn, zonder dat iemand mij onderbreekt.’  We hebben er hartelijk om gelachen, hij meende het niet heel serieus. Of… misschien toch een klein beetje? Waarom preek je eigenlijk? Waarom zijn we dat zo gewend in de kerk? En zeg eens, Leendert, hoe makkelijk luister jij naar preken van anderen? Als ik eens in de kerkbanken zit (of thuis op de bank voor een online viering) dan denk ik nogal eens vertwijfeld ‘wat vragen we veel van onze kerkgangers!?’ In onze beeldcultuur is het lang niet makkelijk meer om aandachtig te luisteren naar een monoloog van 20 minuten of langer. Wat vind jij? 

In je ps vraag je mij wat ik hoor, als ik luister om mij heen. Waar lijden mensen het meest aan in deze corona-tijd? Toevallig sprak ik vanmorgen iemand die mij vertelde dat ze het ergens ook wel prima vond, hoe het leven er nu uit ziet. Want wat waren we toch vreselijk druk met z’n allen voor die tijd. En, zo vertelde zij, ik mis er niks van! Dat herken ik wel. En ik hoop dat we, als we weer vrijgelaten worden, dat we ons niet met z’n allen opnieuw die gekmakende drukte instorten. 

Zou je kunnen zeggen dat we lijden aan deze corona-tijd? Zou lijden niet een te groot woord zijn? Het beperkt wel, met name de ontmoeting van mens tot mens, even een babbeltje, even een hand op je schouder. Is dat lijden? Ja, dat kan wel in lijden uitmonden, huidhonger noemen ze dat, toch? Maar ken je die uitdrukking ‘een mens lijdt het meest onder het lijden dat hij vreest’? Ik leerde deze uitdrukking via een muziekfilm uit 1991 ‘De tranen van Maria Machita’, geweldige film en een beetje apart ook. Wat is lijden? Het is misschien maar net hoe je het zelf invult…

Maar he, mijn schrijfruimte is alweer op. Het is echt een prettige bezigheid, dit hartluchten bij elkaar!

Een hartelijke en collegiale groet, 

Judith