Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een Corona-briefwisseling van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Hun vragen zouden zomaar ook uw/jouw vragen kunnen zijn. Hun antwoorden misschien eye-openers… Vandaag antwoordt ds. Judith Visser.

Ha Leendert, collega van der Sluijs,

Wat heb je weer een leuke brief geschreven! Gehaspel van jouw kant? Welnee, duidelijke taal hoor en geen enkele manier van onthaspelen nodig.

Tja ik sloeg misschien wat door in mijn beeld van de dominee als sluiswachter, het kwam zomaar in me op. Maar je pakt het beeld heel mooi op. In deze veertig-dagen-tijd voor Pasen bevinden we ons in een sluis. De deuren voor ons en achter ons zijn gesloten, het voelt alsof je stil gezet wordt, maar ondertussen is er een en al roering in het water, gaan we omhoog of gaan we omlaag?  Het voelt als stil gezet worden, maar je krijgt de tijd om na te denken over het naderende feest van Pasen, om met je water op hetzelfde niveau van de Bijbelse boodschap uit te komen misschien? Prachtig! Want als dan met Pasen de sluisdeuren weer open gaan… ik zie het helemaal voor me, je weet ik ben een enthousiaste beelddenker. Maar als de sluisdeuren dus met Pasen weer open gaan dan gaat het water weer stromen, word je meegenomen door het water, en komt de Bijbelse boodschap van genade weer echt bij ons binnen. Nou, ik weet al zo ongeveer waar ik over ga spreken met Pasen.

Je vindt mij filosofisch? Mwah, ik denk dat de professor filosofie die mij ooit les gaf dat niet gezegd zou hebben. Nou viel het ook vast niet mee om een 18-jarige studente, die van toeten noch blazen wist, enig filosofisch denkwerk bij te brengen. Toch maakte de beste man in een van de eerste colleges, die ik van hem ontving, een opmerking die me altijd bij is gebleven. Het verbaasde hem dat tegenwoordig (dat is zo halverwege de jaren 90 he) zoveel mensen naar de verdovende midden grepen, want als je een filosofische gedachte goed uitdenkt heeft dat hetzelfde effect! Namelijk een duizelingwekkend gevoel van gelukzaligheid. Herken jij dat, heb jij dat weleens zo ervaren? Het geeft wel een fantastisch gevoel als je een moeilijk vraagstuk op kunt lossen, maar toch, uiteindelijk levert het altijd nog weer veel meer vragen op. Misschien heeft het ook wel te maken met wat jij noemde ‘het moeten bijbenen’ van mijn gedachten en ‘het vissen naar de betekenis’? Je schrijft dat je zeker weet dat het waar is wat ik schrijf. Ik weet het niet, ik zou daar wat voorzichtig mee zijn hoor. Lever jezelf niet zomaar over aan andermans gedachten! Ook al zijn ze van een visser…

Beste collega, we bevinden ons in de veertig-dagen-tijd, maar ik ben eigenlijk wel benieuwd naar hoe jij je voorbereid op het grote feest van Pasen? Er zijn zo ontzettend veel manieren om dit te doen. Mijn mailbox loopt bijna vast door de grote aantallen mails van mensen en organisaties die mij van alles willen aanbieden aan denkwerk voor deze dagen. Ik ben geneigd ze allemaal uit te zetten en juist van de stilte te genieten in deze ‘sluis-tijd’. Als mensen, en zeker als dominees, is het toch ook goed af en toe even ons mond dicht te houden en te luisteren in de stilte (en naar de stilte), want het is toch in de stilte dat God tot ons spreekt?

Maar laten we vooral door blijven schrijven in deze tijd. Het kan soms ook pas stil worden in je ziel als je eerst alle drukte eruit gesproken, of in dit geval geschreven, hebt. En ja, zo hebben we elkaar inderdaad nodig om overeind te blijven. Leendert, ik kijk weer uit naar je antwoord!

Hartelijke collegiale groet (vissersgroet of sluiswachtersgroet),

Judith Visser