Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een Corona-briefwisseling van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Hun vragen zouden zomaar ook uw/jouw vragen kunnen zijn. Hun antwoorden misschien eye-openers… Vandaag antwoordt ds. Judith Visser.
Ha Leendert, beste collega van der Sluijs, of collega-visser?,
geen idee of je het bewust zo geschreven hebt bovenaan jouw brief. Het is ook wel grappig om als predikant ‘Visser’ als achternaam te hebben. Ik heb nog even zitten filosoferen of ik met jouw achternaam ook een mooi beeld kan maken voor ons werk… Maar het maakt mij nu vooral heel nieuwsgierig hoe jij jouw werk ervaart. Ben je visser, herder of een sluiswachter? Probeer je vooral nieuwe mensen te winnen voor het geloof, wil je in eerste instantie juist als herder meelopen en je gemeente (kudde) begeleiden, misschien wel naar hoger of lager gelegen wateren? Ach, dit wordt een beetje flauw…
Maar wat heb je weer een mooie brief geschreven, bedankt! Het past wel in de apocalyptische hoek dacht ik nog. Je schetst een heerlijk vooruitzicht. Tja, hoe zou het zijn, als we echt als nieuwe mensen verder mogen gaan na het corona-tijdperk…
Het collectieve geheugenverlies vind ik een interessante gedachte. Is het geheugenverlies? Of misschien een slecht geheugen? Of misschien eerder een selectief geheugen? Ook ik herken wel iets van dat slechte geheugen waar jij over schrijft. Vroeger zei ik altijd ‘ja, mijn hersens hebben af en toe ook vakantie nodig hoor’, als ik even geen antwoord wist. Nu denk ik vaker dat mijn hersens nogal selectief, of kieskeurig, zijn in wat ze willen opslaan of niet. Maar ik moest bij jouw brief, ook denken aan een gedicht van de Engelse dichter Thomas Gray. Hij schreef in 1742 al ‘where ignorance is bliss/ ‘tis folly to be wise’ (de gelukzaligheid van het niet weten/ het is dwaasheid om wijs te zijn, maar da’s mijn kromme vertaling). Hij schreef dit in een ode aan het Eton college. Hij schreef hier vooral over de kindertijd, waarin je nog geen ‘last’ hebt van kennis van de grote noden in deze wereld, en het leven dus een stuk lichter en gelukzaliger voelt. Dat moet ik er wel bij schrijven, want, zoals Barak Obama eens zei: ‘ignorance is not a virtue’. Het is niet stoer om niet te weten waar je het over hebt. Tja, twee uitersten dus. De gelukzaligheid van het niet-weten enerzijds en weten als een deugd anderzijds. Misschien is het inderdaad wel een mooie uitdaging voor het na-corona-tijdperk. Wat zou jij willen onthouden en meenemen? En wat laat je achter in het gelukzalige-niet-weten? Dat maakt het een spannend avontuur, zoals jij het omschrijft. Want uiteraard zal niet iedereen hierin dezelfde keuzes maken.
Het boek van Rutger Bregman ken ik, maar heb ik nog niet gelezen. De meeste mensen deugen, ik hoop zo dat hij gelijk heeft en dat we inderdaad niet zo erg zijn als ik weleens denk dat we zijn. Maar je moet het ook willen zien. Je kunt ervoor kiezen jezelf onder te dompelen in de ellende en alle narigheid in de wereld. Maar je kunt er ook voor kiezen om de mooie verhalen te ontdekken, waar mensen elkaar helpen, waar mensen dieren helpen en de natuur. Ik denk dat de sociale media hierin ook een grote rol spelen. Alle plaatjes en filmpjes die op je schermpje voorbij komen zijn al gefilterd op jouw zoekgeschiedenis. Als je dan ellende bekeken hebt, dan volgt er steevast nog meer ellende. Maar als je juist iets moois en positiefs bekeken hebt, dan volgt daar ook meer van. Bedenk dus goed wat je aan google vraagt!
Leendert, ik kijk uit naar die nieuwe wereld, waarin we het mooie van vroeger mogen bewaren en al het slechte mogen vergeten, een wereld waarin we oog hebben voor elkaar en voor Gods schepping. Ik krijg er een apocalyptisch gevoel bij. In afwachting van deze tijd blijven we gewoon schrijven (en lezen), omdat het ons van de straat houdt en omdat het gewoon een heel leuke bezigheid is.
Hartelijke collegiale groet,
Judith
















