Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een Corona-briefwisseling van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Hun vragen zouden zomaar ook uw/jouw vragen kunnen zijn. Hun antwoorden misschien eye-openers… Vandaag antwoordt ds. Leendert van der Sluijs.

Ha Judith, beste collega,

De kunst van het relativeren! Stel dat je bij de dokter komt en je klaagt omdat je altijd klaagt: ik heb zo’n hoofdpijn, het steekt en het flitst, en de dokter zegt: wat jij hebt is geen hoofdpijn, het is een onweersbui in je hoofd, die trekt wel weer over en voorbij. Weet je wat echt hoofdpijn is? Als je zegt: ik bén hoofdpijn. Als je dat zegt, dan heb je pas hoofdpijn. Eerder niet. In ieder geval niet om ermee naar de dokter te gaan. Of stel: je hebt je been gebroken. En de dokter zegt: welnee, je hebt je been niet gebroken, het is op een rare manier geknakt, maar het grootste gedeelte van je been is nog heel, dus om nou te zeggen dat heel je been is gebroken, dat is wel een beetje overdreven. – Kijk, dát vind ik een kunst! De nachtelijke hemel kan niet zó donker zijn of er een pinkelt wel een sterretje. (Er zijn zelfs mensen die zeggen dat hoe donkerder die hemel is hoe méér sterretjes je ziet.., dat gaat wel héél ver. Hoe beroerder je situatie hoe gelukkiger je kunt worden.., zoiets.. Als ik geen lid van een kerk zou zijn en ik zou overwegen het te willen worden, dan zou ik denk ik niet bij een kerk willen horen met zo’n boodschap.)

Maar heus, ik hou van relativeren! En zoals jij dat doet, geweldig! Lijden we aan corona? Welnee! ‘Het is misschien maar net hoe je het zelf invult.’ Ik kan alleen maar knikken. Instemmen. Toestemmen. Ik verstom. Natuurlijk lijden we niet aan corona. Integendeel. We zijn bevrijd van alle gekmakende drukte! Ehm, ehm.. Ja, het is zo, het aanraakverbod, de groepsmijding, de onzekere toekomst, het is wat het is, maar het is geen lijden. Pas als huidhonger ons verteert, elk sociaal leven ons wordt ontnomen, en de toekomst alleen maar een zwart scenario is, dán pas lijden we. Dank je wel Judith, je bent een goede pastor. Je zegt niet wat anderen zeggen, je wilt niet een bepaald sentiment voeden – je gebruikt gewoon je gezonde verstand en je hebt de grote Chesterton aan je kant, die zei dat de wereld er niet beter van wordt als je hem slechter voorstelt (en hij had niet eens in Lijden gestudeerd zoals jij, pardon, Leiden ;-)).

En ja hé, gelukkig vind jij dat ook, zoals er op zondag gepreekt wordt, het is niet om aan te horen. Niet wat betreft de inhoud, maar wat betreft de vórm, een monoloog! Dus hoe belangrijk ook, beste collega’s, laat het niet te lang duren – zeggen Judith en ik. Relativeer je vermogen tot boeien. En de tijd van de samenleving te kunnen driedelen in boeren, burgers en buitenlui is bij nader inzien toch echt voorbij ja. Wees dankbaar als je ook al tot dit voortschrijdend inzicht bent gekomen. Wie je ook bent, je bent ook maar een mens.

En zo leve lang én gelukkig allen die relativeren! Het is helaas slechts weinigen gegeven, maar houd moed het is nog niet te laat, zou ik ik weet niet wie willen toeroepen, zie mij, als bescheiden voorbeeld.

O help, nu ben ik al weer bijna aan het einde van deze brief en heb ik nog niks nieuws geschreven. Nou ja, misschien wordt hij door niemand gelezen dan alleen door jou. En jij weet uit eigen ervaring dat je alleen dát te schrijven hebt wat je te schrijven hebt – is het veel, is het weinig, is het totaal niks denk je soms, het is altijd wat.

O ja, ik wil dit nog graag weten: heb je bij het stemmen nog aan m’n advies gedacht? En, ook heel graag dit zou ik willen weten: als jij ooit beroemd zou worden, waarmee zou je dan beroemd worden? (ik vraag dit omdat ik ook zo m’n dromen heb, maar ze komen niet uit..)

Hartelijke collegiale groet,

Leendert