Soms zegt een week meer over een samenleving dan een heel beleidsplan ooit kan doen. De afgelopen dagen in Nijkerk, Nijkerkerveen en Hoevelaken stonden in het teken van herinneren, verbinden en omzien naar elkaar. Juist in een tijd waarin het nieuws dagelijks gevuld is met onrust en verdeeldheid, viel op hoe sterk onze dorpen en stad blijken te zijn wanneer het er echt toe doet.

De indrukwekkende dodenherdenkingen van 4 mei vormden daarin het kloppend hart. In Hoevelaken was de opkomst groter dan ooit. De klanken van de Highlanders, de stille tocht richting Park Weldam en vooral de enorme aanwezigheid van jongeren maakten indruk. Het thema ‘Geschiedenis leren begrijpen’ bleek geen loze slogan, maar zichtbaar werkelijkheid. Herdenken leeft daar niet alleen bij oudere generaties, maar ook bij jongeren die beseffen dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Ook in Nijkerkerveen was de sfeer ingetogen en waardig. Op het dorpsplein werd aandachtig geluisterd naar de woorden van Hugo Doornhof, dominee De Graaf en wethouder Audrey Rohen. Misschien waren het juist de kinderen van basisschool De Horizon die de meeste indruk maakten. Hun gedichten over oorlog, verlies en hoop bewezen opnieuw dat herdenken pas betekenis krijgt wanneer verhalen worden doorgegeven. In Nijkerk zelf kreeg de herdenking opnieuw die sobere waardigheid die zo goed bij de stad past. De stille tocht langs de oorlogsmonumenten, de Last Post in het Van Reenenpark en de gezamenlijke stilte maakten duidelijk hoe belangrijk deze jaarlijkse traditie nog altijd is. Niet als verplicht ritueel, maar als gezamenlijk moment van bezinning.

En nauwelijks een paar uur later verschoof de aandacht naar vrijheid. Het Bevrijdingsvuur werd binnengebracht, lopers keerden terug uit Wageningen en vrijwilligers Henk Kaal en René Windhouwer werden terecht onderscheiden voor hun jarenlange inzet. Zulke mensen vormen vaak geruisloos de ruggengraat van lokale tradities. Ze regelen, organiseren en blijven doorgaan zonder veel aandacht voor zichzelf. Tot iemand eindelijk zegt: dit verdient waardering. Dat omzien naar elkaar zag je deze week op meer plekken terug. In Appel/Driedorp werden vrijwilligers van het Appelhuus verrast met bloemen, simpelweg omdat ze “ontzettend goed werk verrichten”. Een klein gebaar misschien, maar juist zulke momenten houden buurten levend. Tegelijkertijd liet deze week ook een minder mooie kant van de samenleving zien. De waarschuwing voor nepagenten in Nijkerk en Garderen is ronduit zorgelijk. Dat criminelen bewust oudere inwoners proberen te misleiden door zich voor te doen als wijkagent, raakt aan iets fundamenteels: vertrouwen. Juist daarom is het belangrijk dat mensen alert blijven én met elkaar in gesprek gaan. Even aanbellen bij een oudere buur, een waarschuwing doorgeven aan opa of oma. Het zijn kleine daden die grote problemen kunnen voorkomen.

Gelukkig overheerst uiteindelijk het positieve gevoel van saamhorigheid. Dat zie je ook bij initiatieven als de nieuwe ledenwervingscampagne van NSC. “Samen voetballen, samen vrienden maken” klinkt misschien eenvoudig, maar in een tijd van prestatiedruk en selectiecultuur is het bijna een statement geworden. Sport gaat immers niet alleen over winnen, maar ook over vriendschap, ontwikkeling en ergens bij horen. En zelfs de opening van het nieuwe paviljoen Bos en Laak bij recreatiepark Overbos vertelt eigenlijk hetzelfde verhaal. Een ontmoetingsplek midden tussen bos en water, bedoeld voor bewoners, wandelaars en passanten. Een plek waar mensen samenkomen. Want uiteindelijk draait een gemeenschap precies daarom.

Maar toen kwam deze week ook nog het nieuws uit Woudenberg. Daar kan de vlag uit bij de Van den Tweelgroep. Geen bezwaren, geen vertragingen, geen ingewikkelde procedures die eindeloos lijken te duren. Gewoon: vergunning rond, bouwen maar. Na een periode van voorbereiding kan daar een moderne Albert Heijn verrijzen. De supermarktmanager sprak enthousiast over “samen verstandig groeien”. Een prachtige slogan. Zeker als er daarna ook daadwerkelijk iets gebeurt.

In Nijkerkerveen klinkt dat inmiddels bijna als satire.

Want terwijl men in Woudenberg enthousiast de schop in de grond zet, blijft het rond het voormalige pand van Van den Brandhof aan de Van Dijkhuizenstraat oorverdovend stil. Het gebouw staat er inmiddels troosteloos bij. Een steeds verder verpauperend monument van bestuurlijke besluiteloosheid. En dat terwijl de Van den Tweelgroep juist daar een moderne supermarkt voor het dorp wil realiseren. Het contrast kan bijna niet groter. In Woudenberg wordt gebouwd aan de toekomst. In Nijkerkerveen kijkt men ondertussen naar een leegstaand pand en vooral naar elkaar met de vraag: “Hoe lang gaat dit nog duren?”

Misschien ligt er ergens op het gemeentehuis een dossier onder op een stapel. Misschien draait het radertje van het ambtelijke apparaat nét iets langzamer dan de gemiddelde winkelwagen. Misschien zijn er nog werkgroepen, aanvullende onderzoeken, interne afstemmingsoverleggen, participatiemomenten, klankbordgroepen of beleidsmatige reflecties nodig over de exacte positie van een broodschap.

Maar ondertussen zijn het vooral de inwoners die de gevolgen merken. Zeker ouderen. Tijdens Koningsdag sprak ik meerdere ouderen en kinderen van ouderen die inmiddels noodgedwongen boodschappen voor hun ouders doen. Niet omdat ze dat niet met liefde doen, maar omdat het dorp simpelweg zijn supermarkt kwijt is geraakt. Ouderen raken hun dagelijkse loopje kwijt. Hun praatje. Hun ritme. Hun zelfstandigheid. En ergens wringt dat. Want gemeenten spreken graag over leefbaarheid, sociale cohesie en vitale dorpen. Er worden visies geschreven, toekomstplannen gepresenteerd en participatieavonden georganiseerd met koffie en keurige PowerPointpresentaties. Maar uiteindelijk zit leefbaarheid soms gewoon in iets heel basaals: een supermarkt in het dorp. Het zou toch niet zo zijn dat juist een gemeente die voortdurend spreekt over sterke dorpen en verbonden gemeenschappen uiteindelijk degene wordt die een supermarkt tegenhoudt? Nee natuurlijk niet. Toch? Tot volgende week.

Aalt.