Er zijn van die weken waarin het nieuws uit Nijkerk, Hoevelaken en Nijkerkerveen ogenschijnlijk alle kanten op schiet. Een parkeerplan hier, een afgesloten oprit daar, protest over bomen, discussie over asielopvang en zorgen over de brandweerzorg. Maar onder al die berichten zit dezelfde vraag verstopt: wie neemt eigenlijk verantwoordelijkheid?
Dat begint soms klein. In Hoevelaken zoekt de Avondvierdaagse een nieuw bestuur. Voorzitter, secretaris en penningmeester, drie stoelen die jarenlang bezet waren door mensen die hun werk met plezier deden, maar nu ruimte willen maken voor een nieuwe generatie. Mooie woorden over nieuwe ideeën en frisse energie, maar er zit ook een ongemakkelijke waarheid onder: tradities blijven alleen bestaan als iemand opstaat.
Dat beeld bleef hangen bij het bezoek van burgemeester Tinet de Jonge aan de maandagmorgenborrel van de boeren in Old Niekark. Een traditie die de veemarkt van vroeger overleefde en nog altijd bestaat omdat mensen bleven komen. Geen beleidsnota, geen subsidieaanvraag, geen projectgroep. Gewoon boeren die elkaar ontmoeten omdat gemeenschap niet vanzelf ontstaat. Dat juist daar een oud scheermes opdook dat verbonden bleek met de familiegeschiedenis van de burgemeester, maakte het verhaal bijna symbolisch. Soms zit geschiedenis niet in archieven, maar in mensen die verhalen bewaren.
Tegelijk laat deze week ook zien hoe snel vertrouwen verdwijnt wanneer verantwoordelijkheid onduidelijk wordt. Neem de afgesloten oprit naar de A1 bij Hoevelaken. Al maanden vragen inwoners zich af waarom een stuk asfalt zo lang dicht moet blijven. Rijkswaterstaat wijst op onderhoud, planning en geldtekorten. Technisch misschien verklaarbaar, bestuurlijk een recept voor frustratie. Want als bewoners geen helder antwoord krijgen op eenvoudige vragen, hoe groot is de schade, wat kost het en wanneer begint herstel, ontstaat vanzelf ruimte voor wantrouwen. Niet de afsluiting zelf is dan het grootste probleem, maar het gebrek aan duidelijkheid.
Maar misschien wringt het deze week nergens zo zichtbaar als in Nijkerkerveen. Sinds 28 maart is het dorp zijn supermarkt kwijt. Bijna twee maanden later is die leegte niet alleen zichtbaar in het straatbeeld, maar ook voelbaar in het dagelijks leven van inwoners. Want een supermarkt is meer dan een plek waar brood en melk worden gekocht. Het is een basisvoorziening. Een ontmoetingsplek. Een stukje zelfstandigheid, vooral voor ouderen en inwoners die niet zomaar in de auto stappen. En juist daarom groeit het ongemak. De mogelijke komst van een Albert Heijn in het voormalige pand van Van den Brandhof leeft al lange tijd in het dorp. Wethouder Esther Heutink liet begin april weten dat het dossier de volle aandacht van het college heeft. Juridische en ambtelijke vragen worden behandeld, er wordt hard gewerkt en er is, zo klinkt het, veel inzet. Inmiddels zijn ook de politieke vragen beantwoord. Toch blijft voor inwoners vooral één gevoel hangen: stilte.
En die stilte begint te schuren. Want bestuurlijk gezien lijkt dit dossier in slow motion te bewegen, terwijl de noodzaak in het dorp iedere week tastbaarder wordt. Opvallend genoeg kan de gemeente binnen korte tijd reageren op parkeerplannen of andere beleidsvoorstellen, zoals onlangs nog bij het alternatieve plan van de ondernemersvereniging. Maar rond een voorziening die direct raakt aan het dagelijks leven van een paar duizend inwoners overheerst vooral het gevoel dat processen hun eigen tempo volgen. Dat is moeilijk te rijmen. Juist omdat verschillende politieke partijen de supermarktvoorziening in Nijkerkerveen nog maar kort geleden nadrukkelijk in hun verkiezingsprogramma opnamen. Niet als luxe of bijzaak, maar als noodzakelijke basisvoorziening voor een groeiend dorp. Dan mag ook verwacht worden dat die urgentie na verkiezingsbeloften zichtbaar blijft.
Want hier ligt geen luchtkasteel op tafel. Een ondernemer wil investeren in een supermarkt waarvan iedereen begrijpt dat de rekensom in een dorp als Nijkerkerveen niet vanzelfsprekend eenvoudig is. Dat maakt de bereidheid om hier tóch werk van te maken eerder bewonderenswaardig dan vanzelfsprekend. Waarom wordt die kans dan niet steviger vastgepakt? De gesprekken van de afgelopen dagen maken zichtbaar wat er werkelijk speelt. Ouderen die hun vaste plek missen. Mensen die afhankelijk raken van kinderen, buren of kennissen voor een simpele boodschap. Verhalen die bijna te pijnlijk lijken om groot uit te meten, maar die juist blootleggen waar dit dossier werkelijk over gaat.
Misschien is dat ook de ongemakkelijke journalistieke vraag die boven de markt hangt: wanneer wordt stilte zelf nieuws? Want als een dorp zijn laatste supermarkt verliest en weken later nog altijd vooral leeft van hoop, procedures en bestuurlijke inzet achter de schermen, dan gaat het allang niet meer alleen over vergunningen of vastgoed. Dan gaat het over prioriteiten.
Opvallend genoeg gebeurde in het parkeerdossier juist het tegenovergestelde. Ondernemers namen verantwoordelijkheid, kwamen met een alternatief plan en kregen op onderdelen gehoor bij het college. Niet alles werd overgenomen, maar wel genoeg om te laten zien dat meedenken invloed kan hebben. Daar wringt ook het dossier Groot-Corlaer. Bewoners horen dat maatregelen tegen geluidsoverlast weinig effect zouden hebben. Juridisch kan dat kloppen, politiek ligt het ingewikkelder. Mensen meten hun werkelijkheid niet in decibellen, maar in slapeloze nachten.
En dan zijn er de stille verhalen die deze week misschien wel het meest blijven hangen. Gerard Berculo, na ruim zeventig jaar benoemd tot erelid van Concordia. Nel Satter en haar inmiddels overleden echtgenoot, Koninklijk onderscheiden voor een leven vol vrijwillige inzet. Mensen die niet begonnen met de vraag wat zij terugkregen, maar wat zij konden bijdragen. Dat is geen nostalgie. Het is een spiegel. Want een gemeente draait niet op vanzelf. Niet op voorzieningen, niet op tradities en ook niet op verkiezingsbeloften. Uiteindelijk draait het op mensen die verantwoordelijkheid nemen in verenigingen, aan stamtafels, in buurten en vooral ook in bestuurskamers waar woorden uiteindelijk daden moeten worden. Fijne pinksterdagen en tot volgende week.
Aalt.

















