Wat een week. Vijf avonden beachvolleybal, een teruggekeerde zeskamp, een Rollator-run, een demonstratie, een nieuwe zorgvilla, afscheid van bekende gezichten en vanavond als slotstuk het touwtrekken op het Plein. Maar het meest besproken stukje Nijkerk van deze week meet slechts enkele meters en ligt bij het station: het regenboogpad.

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen, want anders krijg ik straks alsnog het verwijt dat ik eromheen draai: ik ben geen voorstander van dat regenboogpad. En volgens mij ben ik daarin bepaald niet de enige. Ik vind dat iedereen in Nijkerk zichzelf moet kunnen zijn. Wie je ook bent, op wie je ook verliefd wordt en hoe je ook in het leven staat. Maar daarvoor heb ik persoonlijk geen gekleurde stoep nodig. Ik vraag me ook af waar je begint en waar je eindigt wanneer iedere groep die aandacht of erkenning verdient een eigen symbool in de openbare ruimte krijgt.

Wat mij daarnaast stoort, is het gevoel dat veel inwoners hebben dat hun mening bij dit soort besluiten nauwelijks gewicht in de schaal legt. Rond het regenboogpad hoor en lees ik veel kritiek, maar toch ligt het er. Dat gevoel is niet nieuw. Ook rond het nieuwe zwembad was er jarenlang discussie. Nijkerk beschikte al over twee zwembaden, toch werd uiteindelijk het veelbesproken Jaap van der Krolbad gebouwd. Los van de vraag of zo’n besluit achteraf goed of verkeerd blijkt, blijft bij een deel van de inwoners het gevoel hangen: er wordt wel naar ons gevraagd, maar wordt er ook echt naar ons geluisterd? En juist dat zie ik dagelijks terug op sociale media. Er wordt stevig geklaagd over de manier waarop de gemeente belastinggeld uitgeeft. Soms terecht, soms misschien wat gemakkelijk, maar eerlijk gezegd snap ik een deel van die kritiek best. Gemeenschapsgeld kun je immers maar één keer uitgeven. Dan mag je als inwoner vragen stellen over keuzes, prioriteiten en nut en noodzaak. Dat hoort bij een democratische gemeente. Daar mag je het hartgrondig mee oneens zijn. Graag zelfs. Een samenleving waarin iedereen hetzelfde denkt, lijkt me verschrikkelijk saai.

Maar vervolgens gebeurt er iets bijzonders. Het pad ligt er amper en iemand smeert er een zwarte, teerachtige substantie overheen. De gemeente maakt het schoon en een dag later staat er ‘Steun de Boer’ op gekalkt. Dan denk ik: jongens, wat zijn we nou eigenlijk aan het doen? Wie tegen het regenboogpad is en het vervolgens vernielt, bereikt namelijk precies het tegenovergestelde. COC Midden-Nederland wees daar deze week ook op: juist de vernieling wordt aangevoerd als bewijs waarom zichtbaarheid nodig is. Bovendien kost schoonmaken geld. Ons geld. En daar wordt het voor mij helemaal bijzonder. Eerst klagen dat de gemeente belastinggeld over de balk smijt en vervolgens diezelfde gemeente op extra kosten jagen omdat iemand zijn mening zonodig met verf, teer of kalk op straat moet zetten. Daar valt geen enkele logica in te ontdekken. Dus heb ik een praktische oplossing. Als dat regenboogpad er dan per se moet zijn: leg het in de hal van het gemeentehuis op de van ’t Hoffstraat. Daar loopt toch al beveiliging rond. Dan moet je behoorlijk veel lef hebben om met een pot zwarte smurrie onder je arm naar binnen te wandelen. Scheelt misschien weer een camera bij het station én een hoop schoonmaakkosten.

En toch bleef bij mij deze week vooral een ander beeld hangen. Niet zwart over een regenboog, maar alle andere kleuren van Nijkerk. Ik zag senioren met versierde rollators over de atletiekbaan gaan. Ik zag vijf avonden lang volleyballers door het zand duiken op een bruisend Plein. Ik zag Lotte vertellen hoe ze veertien jaar bij Bert van de Kamp „aan zijn kop had gezeurd” om de zeskamp terug te krijgen. Ik zag een cheque van 250 euro voor een rolstoelbus voor Parelstaete. Een deurwaarderscollectief schonk honderden schrijfblokken voor kinderen in Oekraïne. Frans Kas zet zich opnieuw in voor Tour for Life. Tara Goorhuis sluit na tien jaar haar indrukwekkende doppenactie voor KiKa af. En aan de Bagijnenstraat opende een zorgvilla waar elf mensen met dementie een nieuw thuis krijgen. Zelfs demonstranten die tegenover Christenen voor Israël stonden, konden zaterdag hun boodschap vreedzaam laten horen. Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn om elkaar de ruimte te geven.

Misschien zit daar wel de echte boodschap van deze week. Nijkerk hoeft helemaal niet één kleur te hebben. We hoeven niet hetzelfde te denken over een regenboogpad, een zwembad, politiek of welk onderwerp dan ook. Sterker nog, laten we vooral blijven discussiëren. Maar gebruik woorden. Schrijf een ingezonden brief. Spreek een raadslid aan. Desnoods mopper je een hele avond aan de bar. Maar blijf met je pot verf van andermans spullen af. Want deze week zag ik opnieuw waar Nijkerk volgens mij werkelijk sterk in is: mensen die iets organiseren, anderen helpen, vrijwilligerswerk doen, geld inzamelen, sporten, feesten en elkaar ontmoeten. Vanavond wordt de Zomerfeestweek afgesloten met touwtrekken en optredens van Tim Bouw en Boer Bennie. Daarna verdwijnt het feestgedruis weer van het Plein.

Het regenboogpad blijft liggen. Wat mij betreft hoeft dat pad er niet te liggen. Maar zolang het er wél ligt, blijven we er met onze tengels vanaf. Misschien is dát wel echte tolerantie: niet dat iedereen dezelfde kleur kiest, maar dat je ook de kleur laat liggen die de jouwe niet is. Tot volgende week.

Aalt.