Soms lijkt een week in Nijkerk op een mozaïek. Donkere steentjes naast vrolijke kleuren, zorg naast onrust, kou naast warmte. Wie het geheel overziet, ziet geen chaos maar een gemeenschap die voortdurend beweegt.

Neem de Van Oldenbarneveltstraat. Alweer een autobrand. De derde. Een geparkeerde auto, vlammen tegen een flatgebouw, bewoners die hun huis uit moeten en buiten wachten tot het sein veilig klinkt. Niemand gewond, gelukkig. Maar wel onrust. En die blijft hangen. Brandlucht trekt weg, gevoelens van onveiligheid niet zomaar. Het CDA stelde deze week terechte vragen: hoe beschermen we bewoners, hoe voorkomen we herhaling? Cameratoezicht, verlichting, meer zichtbaarheid. Het zijn geen luxe wensen, het zijn basisvoorwaarden om je thuis te voelen in je eigen straat.

Dat woord thuis kwam deze week vaker terug. Burgemeester Tinet de Jonge gebruikte het als rode draad in haar nieuwjaarstoespraak. Nijkerk als thuisgemeente. Niet alleen stenen, maar warmte. Niet alleen voorzieningen, maar verbinding. Terwijl buiten de sneeuw viel en wegen werden gestrooid met inmiddels schaars zout – hulde aan de buitendienst, want de hoofdwegen lagen er voorbeeldig bij – ging het binnen over mensen die het verschil maken. Vrijwilligers, ondernemers, buurtverenigingen, hulpdiensten. Warme handen, noemde ze het. Mooier kun je het bijna niet zeggen.

Die warme handen zagen we ook letterlijk deze week. In het Stadspark aan de Frieswijkstraat, waar een oproep voor een sneeuwballengevecht uitgroeide tot een kleine ontmoeting van zo’n zestig mensen. Sneeuwpoppen, warme drank, snoep, gesprekken. De grootste sneeuwman was meer dan 2,5 meter hoog, maar misschien was het gevoel van samen nog wel groter. Even geen agenda, geen scherm, gewoon buiten zijn. Samen.

En toch is niet alles licht. De vragen van raadslid Dyana Bezembinder over de huisvesting van huisartsen in Hoevelaken laten zien hoe kwetsbaar voorzieningen kunnen zijn. Eerder klonk er geruststellende taal vanuit het college, maar nu blijken oplossingen voor onder andere praktijk De Koppel nog onzeker. Huisartsenzorg is geen bijzaak; het raakt direct aan bestaanszekerheid. Duidelijkheid is hier geen luxe, maar noodzaak.

Tegelijkertijd gebeurt er ook veel moois. Ollie de Olifant is weer verhuisd. Van het gemeentehuis naar gezondheidscentrum De Nije Veste. Een kleurrijk kunstwerk tussen huisartsen, apotheek en fysiotherapie. Een glimlach op een plek waar mensen soms gespannen binnenkomen. Cultuur als rustpunt. En Ollie reist verder, als symbool van verbinding tussen Nijkerk, Hoevelaken en Nijkerkerveen. Soms is een olifant precies wat je nodig hebt.

Vrijwilligers kregen deze week ook letterlijk een podium. Pim Koelewijn werd uitgeroepen tot Sportvrijwilliger van het Jaar. Al tientallen jaren onmisbaar bij sportevenementen, altijd aanwezig, altijd klaar. Hij staat symbool voor die grote groep mensen die nooit op de voorgrond staan, maar zonder wie het allemaal stil zou vallen.

Zelf vond ik deze week schoonheid van bovenaf. Met de drone, na een werkdag bij Storteboom Foodgroup, de sneeuw over Nijkerk vastleggen. De Salentein, Moeke, witte lijnen door een vertrouwd landschap. Ik zoek nog steeds die ene foto voor groot op glas in mijn woonkamer. Misschien komt hij nog. Misschien is het zoeken zelf al genoeg.

Ook gezondheid kreeg deze week een eigentijdse impuls. Vrijdag opende fysiotherapiepraktijk Corlaer een nieuwe oefenzaal met een sportconcept dat meer wil zijn dan trainen alleen. Geen losse apparaten, maar een slimme cirkel van EGYM-toestellen die zich automatisch aanpassen aan de gebruiker. Bewegen als uitnodiging, niet als verplichting. Voor revalidatie én preventie, voor jong en oud. Het idee is simpel: wie zich sterker en vitaler voelt, beweegt makkelijker door het leven. En soms begint dat gewoon met een ruimte die je niet afschrikt, maar welkom heet.

Een dag eerder werd aan de Watergoorweg feestgevierd. Frits Events vierde 25 jaar ondernemerschap, al loopt eigenaar Gerben Viester al meer dan dertig jaar mee in de wereld van evenementen. Ontzorgen is zijn vak, leveren op momenten dat anderen slapen. Het pad ernaartoe was niet altijd glad: persoonlijke tegenslagen en corona lieten sporen na. Maar hij stond er nog. En misschien wel mooier: hij gaf aan niet alleen hard te werken, maar tegenwoordig ook hard te genieten. Dat is misschien wel de grootste winst.

Tussen al dat nieuws door schuift ook de toekomst. Een nieuw evenemententerrein bij het Blekkerserf. Een uitbreiding van het Oekraïnepark. Een nieuw bestuur bij het jongerenwerk met frisse energie en duidelijke ambities. De vraag blijft steeds dezelfde: hoe houden we Nijkerk leefbaar, veilig en verbonden?

Ook namen en gezichten verdwenen. Het overlijden van Arthur van Ee raakte velen. Weerman, radioman, betrokken Nijkerker. Iemand die met enthousiasme, humor en doorzettingsvermogen bijdroeg aan lokale media en daarmee aan de democratie zelf. Zijn stem verstomt, maar zijn invloed blijft. Net als die van Gerard van den Tweel, komende woensdag, 14 januari, is het een jaar geleden dat hij overleed. Alweer een jaar. Wat gaat de tijd snel. Een jaar zonder die ontzettend lieve man die zóveel voor Nijkerk heeft betekend. Zijn naam is niet verdwenen. Integendeel. Wat zichtbaar blijft, zijn die mooie bedrijven, al dat vastgoed en vooral die prachtige woonwijk langs de Amersfoortseweg. Het Spaanse Leger. Een plek waar veel mensen met plezier wonen, leven, thuiskomen.

Ik ben daar één van. En daar ben ik trots op. Trots en dankbaar dat ik mag wonen in dat mooie appartementencomplex, dat de toenmalige burgemeester Renkema in een nieuwjaarstoespraak ooit zo treffend omschreef als “de skyline van die mooie nieuwbouwwijk”. Een plek die niet alleen uitzicht biedt, maar ook rust. Waar ik ontdekte dat naast fotograferen ook schrijven zomaar kan ontstaan. Dat woorden soms net zo vanzelf komen als beelden.

Gerard bouwde stenen, maar liet vooral iets anders achter: ruimte. Ruimte om te wonen, te ondernemen, te leven. Ruimte waarin verhalen ontstaan, herinneringen groeien en mensen hun eigen plek vinden. Dat is misschien wel de mooiste nalatenschap die je kunt hebben.

Misschien zit het antwoord wel in dat wat deze week steeds terugkwam. In sneeuwballen en koffie. In vrijwilligers en zorgverleners. In vragen durven stellen én handen uit de mouwen steken. In af en toe je telefoon wegleggen en elkaar echt aankijken. Tussen brandlucht en warme handen wordt elke week opnieuw duidelijk: een thuisgemeente maak je samen. Iedere dag weer. Tot volgende week.

Aalt.