De Hoevelakense Aly Meuleman (89) vertelde onlangs voor een volle zaal in De Stuw bij Vrouwen van Nu over ‘Moeders in oorlogstijd. Aly Meuleman–Van der Velde woont sinds 1971 in Hoevelaken, daarvoor 10 jaar in Hilversum: ,,Mijn jeugd heb ik in Dedemsvaart doorgebracht. In 1936 zijn mijn ouders, drie broers en een zus en ik als jongste, noodgedwongen, het was crisistijd, vanuit Hoogeveen in Dedemsvaart gaan wonen. Mijn vader was toentertijd werkzaam bij de vervoersmaatschappij de EDS en werd wegens reorganisatie ontslagen in Hoogeveen en de volgende dag weer aangenomen bij de EDS in Dedemsvaart, wel tegen een lager salaris en zonder vergoeding in de verhuiskosten.”

Ze vervolgt: ,,Ik was vier jaar toen de oorlog begon en bijna tien jaar toen die was afgelopen. Toch kan ik me nog heel veel situaties uit die tijd herinneren, vooral de tijd waarin een Joods meisje bij ons was ‘ondergedoken’. Daarover vertelde ik wel eens iets. Mijn man raadde mij aan om die verhalen eens op te schrijven, omdat ik een van de laatsten ben van mijn generatie die dat nog kan vertellen. Ik heb er eerst wel over getwijfeld maar ik gaf hem gelijk en ging aan het werk. Toen ik daar mee bezig was kwamen er steeds meer herinneringen naar boven. Het zijn allemaal korte verhaaltjes waarbij ik wel geprobeerd heb om ze in perspectief te plaatsen en in de goede volgorde te zetten. Al die verhalen zijn in een map verzameld, zodat mijn kinderen en kleinkinderen kunnen nagaan wat er in een oorlog kan gebeuren in de hoop dat ze nooit in zo’n situatie terecht zullen komen.” De Duitse inval vond plaats op 10 mei 1940. ,,We moesten ons huis verlaten want bruggen werden opgeblazen om te voorkomen dat de Duitsers gemakkelijk binnen konden komen. Er was een gespannen sfeer in het dorp, we hoorden de knallen van het bruggen opblazen. We kregen onderdak bij een gastvrije boer, waar we na korte tijd weer konden terugkeren naar een beschadigde woning.

Deportaties

Al vrij snel na de Duitse inval werden er vrijheid beperkende maatregelen genomen, met name voor de joodse gemeenschap, zoals een gebiedsverbod voor Joden en het verplicht dragen van de Jodenster. Ook het openbaar vervoer was verboden voor joden. Bij een officiële telling aan het begin van de oorlog bleken in Dedemsvaart, gemeente Avereest, 43 Joden te wonen. ,,Slechts enkelen van hen hebben de bezettingsjaren overleefd. Toen de deportaties begonnen doken enkelen onder, maar het overgrote deel werd weggevoerd en niet één van hen keerde terug. De familie Spier maakte deel uit van deze joodse gemeenschap en hadden een manufacturenzaak in Dedemsvaart.” Toen de oorlog uitbrak moesten de joden vanaf mei 1942 de gele ster dragen. Vader Filip Spier werd opgepakt en is op 18 augustus 1942 overleden in Auschwitz. Moeder en dochter Roberta doken onder in het naburige Lutten. Zoon Menno kreeg onderdak bij de gezusters Scholten van de wijkverpleging.  ,,Mijn broer Tjeerd moest op de fiets naar Zwolle, wat zo’n 30 km. verwijderd is. Op de terugweg zag hij een jongen lopen, Menno Spier. Die moest lopen. Mijn broer heeft hem toen op de fiets meegenomen en samen zijn ze naar Dedemsvaart gereden.”

Klik hier voor het volledige artikel.
Foto: Gerrit Steen