Het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk is bereid mee te werken aan de herontwikkeling van het perceel aan de Spoorstraat 1. De plannen voorzien in de bouw van drie wooneenheden op de plek van de huidige galerie, mits het monumentale ‘Polderhuis’ (Huize Hoogstraten) volledig wordt gerestaureerd en behouden blijft. De gemeente stelt harde eisen aan de herontwikkeling om het historische karakter van de locatie te beschermen. Een van de belangrijkste voorwaarden is dat de nieuwbouw ondergeschikt blijft aan het rijksmonument. Het nieuwe woongebouw mag maximaal drie wooneenheden bevatten en moet de ingetogen uitstraling van een bijgebouw krijgen. In vergelijking met eerdere schetsen moet de nieuwbouw één meter verder van de Meinsstraat worden geplaatst. Ook wordt er strikt gekeken naar de inrichting van de buitenruimte; er moet een tuinontwerp komen waarbij de groenstrook tussen de nieuwbouw en de Meinsstraat een robuuste, groene uitstraling krijgt. Het gehele perceel zal enkel ontsloten worden via de bestaande oprit aan de Spoorstraat om de verkeersdruk op de Meinsstraat te beperken.
Koppeling met restauratie
De medewerking van de gemeente is onlosmakelijk verbonden met de zorg voor het monument. Het behoud en de restauratie van Huize Hoogstraten moeten contractueel en planologisch zijn geborgd voordat de nieuwbouw kan starten. Hiermee wil de gemeente voorkomen dat er wel gebouwd wordt, maar het monumentale Polderhuis in verval raakt. In het Polderhuis zouden aanvankelijk appartementen komen, maar dit is niet eenvoudig vanwege de splitlevel in het gebouw (verschillende vloerniveaus) zelf waardoor het installeren van een lift erg moeilijk is in te passen. De gemeente is voornemens om de procedure voor een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (BOPA) te volgen. Voordat dit definitief is, wordt de gemeenteraad om advies gevraagd. Daarnaast moet de initiatiefnemer nog diverse onderzoeken aanleveren – onder meer op het gebied van veiligheid en milieu – om aan te tonen dat de nieuwe functies op deze locatie passen. Foto en bron Kees van den Heuvel