De Stad Nijkerk nam een kijkje in de schuur van carnavalsvereniging De Doordouwers en sprak met Marijke en Marieke over de voorbereidingen, de historie van de groep en hun liefde voor carnaval. Al maanden werken zij met een hechte vriendengroep toe naar de optocht in Hoogland, waar ook dit jaar weer een verrassende wagen zal verschijnen.

In een schuur in het buurtschap Veenhuis wordt al maanden met man en macht gewerkt aan een nieuwe carnavalswagen. Met hout, verf, lijm en vooral veel papier-maché bouwen carnavalsvereniging De Doordouwers aan hun inzending voor de optocht in Hoogland. Hoe de wagen er precies uit komt te zien, blijft nog even geheim. De Doordouwers bestaan uit een hechte Nijkerkse vriendengroep die ieder jaar vanaf het najaar toeleeft naar carnaval. “Het is echt een winterklusje,” vertelt Marieke. “In september en oktober beginnen we alweer. Dan ga je samen zitten: wie vindt dit echt leuk en wie doet er mee?”

De wortels van de groep liggen in de katholieke hoekjes van Nijkerk, zoals de Keienweg en het Veenhuis. “Daar wonen veel katholieke gezinnen,” legt Marijke uit. “Nijkerk is verder niet echt een carnavalsstad. Het is iets wat je moet voelen.” De geschiedenis van De Doordouwers gaat terug tot voor 1993, toen ook de vaders van de huidige leden al wagens bouwden in dezelfde schuur. Na een lange pauze werd de groep in 2010 nieuw leven ingeblazen. Sindsdien doen ze elk jaar mee aan de optocht in Hoogland, een bewuste keuze vanwege de sfeer en de vele bekenden langs de route.

De vereniging kent geen prins, raad van elf of hiërarchie. “Wij zijn echt een vriendengroep,” benadrukt Marijke. Iedereen draagt op zijn eigen manier bij, van spuitwerk tot kostuums. De groep telt dit jaar zo’n twintig deelnemers, inclusief kinderen. Na de optocht volgt traditiegetrouw de prijsuitreiking in Hoogland. Hoewel De Doordouwers al meerdere prijzen wonnen, ontbreekt de hoofdprijs nog. “Dat zou een mooie kroon op ons werk zijn,” zeggen ze. “Maar het belangrijkste blijft dat we samen meedoen en plezier hebben.”

Lees het volledige artikel op destadnijkerk.nl.
Foto: Peter Pos.