Er zijn van die weken waarin een mens zich afvraagt waar het leven nou eigenlijk om draait. Grote politieke plannen, miljoenen aan subsidies, verkiezingsprogramma’s, discussies over vuurwerk en energiehubs en ondertussen sta je gewoon in de supermarkt te twijfelen tussen twee soorten pindakaas die allebei duurder zijn geworden. Of beter gezegd: je staat in de laatste supermarkt van het dorp.
In Nijkerkerveen nadert namelijk een klein historisch moment. De supermarkt van Wichman en Trudy Worst sluit op 28 maart de deuren. Daarmee verdwijnt niet alleen een winkel, maar ook een dorpsritueel. Want de supermarkt is in een dorp nooit alleen een plek waar je melk koopt. Het is ook waar je drie keer zo lang over boodschappen doet omdat je bij elk gangpad iemand tegenkomt die vraagt hoe het met je moeder gaat. En ja, daar begint dan meteen de volgende discussie: komt er een nieuwe supermarkt? Volgens de plannen wil de Van den Tweel Groep nog steeds een Albert Heijn realiseren aan de Van Dijkhuizenstraat. Alleen zit er één klein detail tussen droom en werkelijkheid: parkeerplaatsen. Niet een paar, maar precies zeventien.
De gemeente wil er 72, Van den Tweel wil heel graag het plan met 55 parkeerplaatsen omdat de vestiging in Nijkerkerveen nou niet de meest winstgevende gaat worden maar het bedrijf wil die mooie plannen van wijlen Gerard van den Tweel toch voortzetten. Gerard wilde dat de Veenders een mooie supermarkt in hun dorp kregen. 55 parkeerplaatsen voor een schitterende supermarkt in een pand met een geschiedenis waar Nijkerkerveen U tegen zegt. Dat zijn er meer dan genoeg toch daar veel dorpelingen hun boodschappen met de fiets doen. Het is fascinerend hoe een supermarktplan kan vastlopen op een getal dat ongeveer net zo spannend klinkt als een wiskundesom uit groep zeven. Toch heeft het grote gevolgen. Want zonder supermarkt moet je dus uitwijken. Naar Nijkerk. Of verder. En dan verandert een snelle boodschap ineens in een logistieke operatie waar menig gemeentelijke mobiliteitshub jaloers op zou zijn.
Over mobiliteit gesproken: de gemeente werkt ondertussen ook aan een energie- en mobiliteitshub bij Stadshaven. Dat klinkt futuristisch. Een plek waar energie wordt opgewekt, opgeslagen en gebruikt. Het energiesysteem van de toekomst. Maar laten we eerlijk zijn: de meeste inwoners zijn voorlopig vooral bezig met het energiesysteem van de koelkast. En of daar nog wat in ligt.
Daar komt nog bij dat rondkomen voor steeds meer mensen ingewikkeld wordt. Eén op de twaalf kinderen groeit op in armoede. Dat zijn cijfers waar je even stil van wordt. Gelukkig zijn er organisaties zoals Stichting Leergeld die proberen te zorgen dat kinderen toch mee kunnen doen, op school, bij sport of cultuur. Deze week kregen zij een donatie van vijfduizend euro van een regionaal bedrijf. Een mooi gebaar dat laat zien dat betrokkenheid nog steeds bestaat.
En dat brengt me bij iets wat Nijkerk misschien wel het beste typeert: gemeenschapszin. Neem de pannenkoekenactie bij basisschool De Appelgaard, die 120 jaar bestaat. Of de potgrondactie van de kerken in Nijkerkerveen, waar vrijwilligers worden gezocht om samen een dag lang zakken potgrond rond te brengen. Het zijn van die typisch Nederlandse tradities waarbij iedereen zegt dat hij geen tijd heeft maar uiteindelijk toch komt helpen. Zelfs de politiek probeert soms dat gevoel van samen te vinden. Zo ging de burgemeester met lijsttrekkers op bezoek bij leerlingen van Accent Praktijkonderwijs om te praten over stemmen en democratie. Jongeren mochten via een stemwijzer ontdekken welke partij bij hen past. Ik stel me voor dat dat interessante gesprekken opleverde. Zeker als je bedenkt dat sommige verkiezingsprogramma’s tegenwoordig ongeveer zo lang zijn als een gemiddeld boodschappenbonnetje na een week inflatie.
Intussen wordt er ook nog gewerkt aan de stad zelf. De Campenbuurt is opgeknapt met nieuw riool, nieuwe bestrating en honderden putten en kolken. De Havenlijn moet veiliger en groener worden voor fietsers en wandelaars. En in Hoevelaken komt een vernieuwd dorpshuis dankzij een subsidie van ruim een miljoen euro. Het zijn allemaal stukjes van dezelfde puzzel: hoe houden we een gemeente leefbaar, herkenbaar en een beetje gezellig?
Misschien zit het antwoord wel in iets eenvoudigs. In een liedje dat over de stad klinkt. De Nijkerkse Klokkenspelvereniging bedacht namelijk een bijzonder plan: iedereen die lid wordt, mag een lied kiezen dat op het carillon wordt gespeeld. Voor €7,50 per jaar kun je dus jouw favoriete muziek letterlijk boven de stad laten klinken. En ergens vind ik dat een prachtig idee. Want stel je voor: je staat op het plein, met een tas boodschappen waarvan je niet meer precies weet hoe duur ze waren, en ineens hoor je een melodie door de lucht zweven. Misschien is het een liefdeslied. Misschien een klassieker. Misschien iets totaal onverwachts. En heel even denk je: hé, dat is mijn lied. Dat moment waarop een hele stad luistert naar iets wat jij hebt gekozen. Misschien is dat uiteindelijk wel precies waar een gemeenschap om draait. Niet om parkeerplaatsen, subsidiebedragen of beleidsstukken. Maar om het gevoel dat je samen in hetzelfde liedje zit. Zelfs als je ondertussen nog even snel naar de supermarkt moet. Tot volgende week.
Aalt.














